Dag 1
Terwijl de coole Amerikaanse delegatie tien dagen ter plekke is om structuur aan te brengen in het onderwijs, nieuwe schoolspullen aan te schaffen, te praten met de ouders en de leraren en verder een hoop geld over de balk te smijten wordt er gezongen, gedanst, gelachen en "gehugged". Als vrijwilliger op dit schooltje kijk ik toe wat voor keuzes er in deze korte periode gemaakt zullen worden om ervoor te zorgen dat het onderwijs wordt verbeterd en er hulp wordt gegeven daar waar het nodig is.
Dag 2
Terwijl er aan de kinderen wordt beloofd dat ze maandag zakgeld krijgen en dan met z'n allen naar de markt gaan om nieuwe kleren te kopen zit er een meisje in een hoekje. Hoewel haar mondhoeken iets omhoog trekken door deze fantastische aankondiging stralen haar oogjes niet. Ze heeft hoofdpijn en koorts. Door de dikke laag tamaga op haar wang puilt een dikke muggenbult. Ze heeft dengue, had ze maar een klamboe of een anti-muggenmiddel om haar tegen insectensteken te beschermen.
Dag 3
Terwijl één van de Amerikaanse dames, die een waarachtige rockster blijkt te zijn, guitaar speelt en met haar rauwe Amerikaanse stem de kinderen "Don't worry, be happy" leert te zingen beginnen twee kindjes te kwijlen als hondjes als ik ze de resten van mijn papayasalade geef. Hoezo don’t worry als je ’s ochtends niet weet waarmee je je buik die dag zult kunnen vullen…?
Dag 4
Terwijl er met kraaltjes kettingen worden geregen en er van de prachtigste stoffen kleding wordt gemaakt voor de poppen die de Amerikaanse Muse kinderen aan de Birmese kinderen hebben gegeven zit ik tegenover een jongetje wiens broekje met vier verschillende kleuren garen al meerdere malen is versteld. Zijn bloesje is half open, niet omdat het zo warm is en hij heeft gespeeld met zijn vriendjes, nee, de bovenste knopen missen. Met pijn in m’n hart knip ik een minuscuul stukje stof van de grote lap waarvan nu één klein poppenblousje wordt gemaakt. Wat er met de rest van de stof gebeurd is me onduidelijk.
Dag 5
Na het slaappartijtje dat voor de kinderen op de school is georganiseerd stel ik voor met z’n vieren te gaan ontbijten om even na te praten. Maar iedereen heeft slecht geslapen en wil zo snel mogelijk naar hun guesthouse terug om nog een paar uurtjes te rusten. Een beetje teleurgesteld sta ik voor de school die leegstroomt... Na een moment van aarzeling besluit ik m’n fototoestel te pakken: het ochtendlicht in Mae Sot is zo prachtig, een goed moment voor een paar mooie plaatjes.
Terwijl ik in een rijstveld vol drauwdruppels sta en m’n lichaam zich opwarmt door de eerste zonnestralen van deze nieuwe mooie dag lopen twee van mijn leerlingen aan de hand van hun vader door de stofwolken van de tuktuk van de Muse delegatie naar de fabriek. De woorden die de Muse Godin vijf minuten geleden tegen de kinderen uitsprak galmen door mijn hoofd: today is Sunday, family day, no school, no work…
Dag 6
Terwijl kinderen en ouders van een feestmaal genieten en de Amerikaanse dames (die zelf niet eten; te bang om ziek te worden van local food...) de beelden van dit gelukkige moment opnemen met hun camera's kruipt er een jongetje bij me op schoot. Met zijn handje gebaart hij dat hij geen honger heeft maar buikpijn. Waren er maar medicijnen om maagkrampen tegen te gaan.
Terwijl de kinderen zingen en dansen, genieten ze intens van de tien dagen dat ze worden verwend als rijke Amerikaanse Muse leerlingen. Terwijl ik het zieke kind dat doodstil op m’n schoot hangt, stevig vasthoud bekijk ik de feestvierende massa. Mijn hersenen lijken op tilt te slaan, wat is dit eigenlijk voor feest? Een weeïg gevoel overwelft me en spoelt de trance van gelukszaligheid weg. Er klopt iets niet. Of is dit nou een geslaagde uitwisseling van ideeen, kennis, waarden en normen? Is het goed de deuren naar de buitenwereld te openen voor een weekje en de kinderharten met smart doen overstromen als de show na amper twee weken is afgelopen, als het doek weer valt, de deuren weer dichtgaan en alles weer min of meer hetzelfde wordt?
Ik sta op en breng het kind naar zijn bed.
Terwijl ik op de fiets zit biggelen er dikke tranen over m’n wangen. Geslaagd of niet, voor mij was het allemaal iets too much deze week.

1 opmerking:
Er kwam pas nog iemand naar me toe (bij het station natuurlijk) over ontwikkelingswerk... nou daar kun je dus ook steeds vaker je vraagtekens bij zetten.
Wat een rare wereld is dit toch...
Een reactie posten