
De dag dat mij het verhaal achter de vispasta werd verteld was op een doodgewone zaterdagavond. Niets bijzonders. Ik was uitgenodigd bij een Birmese familie waar ik regelmatig over de vloer kom. In het weekend kookt de familie altijd voor een heel weeshuis, toch zijn ze maar met zijn vijven: twee zussen, een broer, de man van de ene zus, de dochter van de andere zus. De ouders wonen in een vluchtelingenkamp, de derde zus in Birma en de man van de zus met de dochter is een paar jaar geleden naar Finland geïmmigreerd. Een gebroken familie zoals vele Birmese families. Niemand die daar raar van opkijkt. En misschien wel doordat de familie gedwongen uit elkaar ligt en doordat alle familieleden daar onder lijden -dit zullen ze nooit tegen een buitenstaander zeggen-, is iedereen altijd welkom in de familie.
Het was een uur of zeven ’s avonds toen ik aankwam. Hoewel het klam en vochtig was zat iedereen binnen. De vrouwen zaten in de woonkamer voor de televisie. Ze kamden elkaars haren, terwijl ze praatten en giechelden. Het avondeten hadden ze al achter de kiezen. De mannen zaten in de keuken. Met zijn achten deelden ze een plasticmat die op de keukenvloer was gelegd en waarop een lage tafel stond vol met schaaltjes en bordjes. De rijstkoker stoomde volle toeren, het bier ging de rondte en de eucalyptussigaretten verspreiden een zoete lucht in de kleine ruimte. Ik had dorst en kreeg een bier aangereikt. Ik twijfelde, voelde me ongemakkelijk, maar de mannen keken me vol verwachting en vertrouwen aan. Mijn dorst nam de overhand en dus nam ik plaats op de mat. Tevreden praatten de mannen verder. Ik begreep niet veel van hun gesprek, ze spraken Birmees. De man die naast me zat had dat al gauw in de gaten en vertaalde af en toe een passage in het Engels.
De mannen hadden het over politiek. Waar zou ook anders zo heftig over worden gediscuteerd op een dergelijk uur van de dag en in een dergelijke situatie?Acht geleerde, Birmese mannen, allemaal geëngageerd. Dat ze in Mae Sot wonen betekent niet dat ze zich bij hun lot hebben neergelegd. Integendeel, Mae Sot is dè plek voor politieke partijen en genootschappen om zich te organiseren. Voordat ik er erg in had bevond ik mezelf in een “ondergrondse bijeenkomst”. Gelukkig werd niet alles vertaald en waarschijnlijk had dit ook zijn redenen. Mae Sot barst van de spionnen, de SPDC (Birmese leger) weet zelf ook als geen ander dat verzetsplannen vooral in deze grensstad worden gesmeden.
Terwijl ik rustig mijn bier opdronk en deed alsof een dergelijke bijeenkomst heel normaal voor mij was, had ik het idee in het boek De ontzichtbaren van Karel Glastra van Loon belandt te zijn. De rijst was gaar en werdt op de bordjes geschept; De schaaltjes met curry’s, gekookte groenten, garnalen en verse kruiden gingen de rondte. Ik vroeg naar de vispasta. Het gesprek viel stil. Een Europeaan die Birmese vispasta lust? Iedereen begon te lachen. Had ik iets verkeerd gezegd?
En toen vertelde Muchio mij zijn verhaal van de vispasta. Na de “8888 uprising” of, revolutie voor democratie die op 08.08.1988 begon, werd het leven in Birma steeds moeilijker. Het militaire regime trad streeds strenger op. Studenten en andere manifestanten die aan de revolutie hadden meegedaan werden massaal opgepakt en in de gevangenis opgesloten. Als advocaat werd het hem onmogelijk gemaakt zijn beroep eerlijk uit te voeren. Ook liep hij steeds meer gevaar toen ontdekt was dat hij één van studenten was geweest die de revolutie hadden voorbereid. In 1990 werden er verkiezingen uitgeschreven en hoewel de National League for Democracy (NLD – de partij van Aung San Suu Kyi) deze won, trapte het leger de democratie de afgrond in. Met een stel vrienden besloot Muchio het land te ontvluchten. Vanuit Rangoon vertrokken ze te voet richting het oosten van het land. De tocht was zeer bar, er was bijna niets te eten en te drinken onderweg. De mannen hadden krachtvoer nodig en het enige beschikbare voedsel waar wat proteïne in zat was vispasta.
Vispasta komt oorspronkelijk uit Thailand. Het wordt gemaakt van verrotte, goedkope vis(resten). Deze drap wordt in grote plastic teilen op de markt verkocht. De pasta stinkt een uur in de wind en als je niet weet wat het is vraag je je af wat die verrotting te zoeken heeft tussen de etenswaren. Vispasta is voedsel voor de armen omdat het bijna niets kost, gemakkelijk te verkrijgen is (in een waterrijkgebied) en behoorlijk voedzaam is. De visdrap die je op iedere Birmese markt kunt vinden moet eerst voorbereid worden voordat je het kunt eten. Je moet het opwarmen en water, hete peper en ui (en knoflook) door de drap roeren. De vloeibare pasta die ontstaat is ont-zet-tend pittig! Het wordt opgediend in een schaaltje dat iedere Birmees ter hand neemt om de inhoud te mengen met de witte rijst. De rijst met vispasta wordt vaak gegeten in combinatie met gekookte groente.
Dankzij de vispasta die ze in de dorpjes waar ze doorheen reisden voorgeschoteld kregen hadden de mannen voldoende energie om veilig op de plek van bestemming aan te komen. Sindsdien is het voor Muchio ondenkbaar geworden een maaltijd zonder vispasta te nuttigen. Het is een symbool van overleving: zo voedzaam als hun daadkracht, zo pittig als hun overlevingsdrang.
Het was een uur of zeven ’s avonds toen ik aankwam. Hoewel het klam en vochtig was zat iedereen binnen. De vrouwen zaten in de woonkamer voor de televisie. Ze kamden elkaars haren, terwijl ze praatten en giechelden. Het avondeten hadden ze al achter de kiezen. De mannen zaten in de keuken. Met zijn achten deelden ze een plasticmat die op de keukenvloer was gelegd en waarop een lage tafel stond vol met schaaltjes en bordjes. De rijstkoker stoomde volle toeren, het bier ging de rondte en de eucalyptussigaretten verspreiden een zoete lucht in de kleine ruimte. Ik had dorst en kreeg een bier aangereikt. Ik twijfelde, voelde me ongemakkelijk, maar de mannen keken me vol verwachting en vertrouwen aan. Mijn dorst nam de overhand en dus nam ik plaats op de mat. Tevreden praatten de mannen verder. Ik begreep niet veel van hun gesprek, ze spraken Birmees. De man die naast me zat had dat al gauw in de gaten en vertaalde af en toe een passage in het Engels.
De mannen hadden het over politiek. Waar zou ook anders zo heftig over worden gediscuteerd op een dergelijk uur van de dag en in een dergelijke situatie?Acht geleerde, Birmese mannen, allemaal geëngageerd. Dat ze in Mae Sot wonen betekent niet dat ze zich bij hun lot hebben neergelegd. Integendeel, Mae Sot is dè plek voor politieke partijen en genootschappen om zich te organiseren. Voordat ik er erg in had bevond ik mezelf in een “ondergrondse bijeenkomst”. Gelukkig werd niet alles vertaald en waarschijnlijk had dit ook zijn redenen. Mae Sot barst van de spionnen, de SPDC (Birmese leger) weet zelf ook als geen ander dat verzetsplannen vooral in deze grensstad worden gesmeden.
Terwijl ik rustig mijn bier opdronk en deed alsof een dergelijke bijeenkomst heel normaal voor mij was, had ik het idee in het boek De ontzichtbaren van Karel Glastra van Loon belandt te zijn. De rijst was gaar en werdt op de bordjes geschept; De schaaltjes met curry’s, gekookte groenten, garnalen en verse kruiden gingen de rondte. Ik vroeg naar de vispasta. Het gesprek viel stil. Een Europeaan die Birmese vispasta lust? Iedereen begon te lachen. Had ik iets verkeerd gezegd?
En toen vertelde Muchio mij zijn verhaal van de vispasta. Na de “8888 uprising” of, revolutie voor democratie die op 08.08.1988 begon, werd het leven in Birma steeds moeilijker. Het militaire regime trad streeds strenger op. Studenten en andere manifestanten die aan de revolutie hadden meegedaan werden massaal opgepakt en in de gevangenis opgesloten. Als advocaat werd het hem onmogelijk gemaakt zijn beroep eerlijk uit te voeren. Ook liep hij steeds meer gevaar toen ontdekt was dat hij één van studenten was geweest die de revolutie hadden voorbereid. In 1990 werden er verkiezingen uitgeschreven en hoewel de National League for Democracy (NLD – de partij van Aung San Suu Kyi) deze won, trapte het leger de democratie de afgrond in. Met een stel vrienden besloot Muchio het land te ontvluchten. Vanuit Rangoon vertrokken ze te voet richting het oosten van het land. De tocht was zeer bar, er was bijna niets te eten en te drinken onderweg. De mannen hadden krachtvoer nodig en het enige beschikbare voedsel waar wat proteïne in zat was vispasta.
Vispasta komt oorspronkelijk uit Thailand. Het wordt gemaakt van verrotte, goedkope vis(resten). Deze drap wordt in grote plastic teilen op de markt verkocht. De pasta stinkt een uur in de wind en als je niet weet wat het is vraag je je af wat die verrotting te zoeken heeft tussen de etenswaren. Vispasta is voedsel voor de armen omdat het bijna niets kost, gemakkelijk te verkrijgen is (in een waterrijkgebied) en behoorlijk voedzaam is. De visdrap die je op iedere Birmese markt kunt vinden moet eerst voorbereid worden voordat je het kunt eten. Je moet het opwarmen en water, hete peper en ui (en knoflook) door de drap roeren. De vloeibare pasta die ontstaat is ont-zet-tend pittig! Het wordt opgediend in een schaaltje dat iedere Birmees ter hand neemt om de inhoud te mengen met de witte rijst. De rijst met vispasta wordt vaak gegeten in combinatie met gekookte groente.
Dankzij de vispasta die ze in de dorpjes waar ze doorheen reisden voorgeschoteld kregen hadden de mannen voldoende energie om veilig op de plek van bestemming aan te komen. Sindsdien is het voor Muchio ondenkbaar geworden een maaltijd zonder vispasta te nuttigen. Het is een symbool van overleving: zo voedzaam als hun daadkracht, zo pittig als hun overlevingsdrang.
