Als eb en vloed overstroom ik van geluk of word ik leeggezogen door frustraties. Zo snel als een galopperend paard, soms lukt het me niet om het bij te houden, hoe hard ik ook probeer te rennen.
Als een luchtballon blaast mijn hart zich op en neemt het proporties aan waar ik verstelt van sta. Maar in een mum van tijd loopt het weer leeg en snak ik naar zuurstof.
Dinsdagmiddag
De stuiterballen vliegen omhoog
Als ik op de Good Morning School aankom zie ik trotse gezichtjes: glimmende schoenen, witte kousen, blauwe rokjes en bermuda's, strak gestreken blousejes, stralende gezichtjes met gelukkige glimlachen. Het uitstapje naar de markt (zie artikel hier) was dus nog niet zo verkeerd! De kinderen mochten zelf bepalen wat ze kochten en besloten zonder ook maar één seconde te twijfelen om schooluniformen te kopen. De Amerikaanse projectleider stond hier nogal verbaasd van, maar ze wilde de keuze van de kinderen niet beinvloeden.
Voor deze kinderen is er niets belangrijk dan beschouwd te worden als ieder ander kind (schooluniformen zijn hier op officiele scholen verplicht) en niet gezien te worden als een armoedige vluchteling zonder papieren. Ze willen erbij horen, zoals ieder kind dat wilt. Dankzij de schooluniformen hebben ze het idee zichzelf te identificeren en kunnen ze serieus worden genomen als ze naar school gaan.
Woensdagochtend
Mijn luchtballon loopt langzaam maar zeker leeg
Om 9:30 kom ik op de high-school in Mae Pa aan voor mijn eerste les van de dag. Mijn fiets staat nog niet geparkeerd in de schaduw (anders verbranden de billetjes van Blond zich als ze aan het begin van de middag haar derrière op een gloedheet zadel moet zetten om door de brandende zon weer naar huis te fietsen) of Irène, mijn Franse collega, komt met twee Fransen op me afgelopen. Een jong stelletje van nog geen twintig jaar, ze zijn gezellig op wereldreis en komen een maandje in de high-school werken. Mijn ogen vullen zich met onbegrip.
Wat is dit nu weer? Vrijdag vertrekt Irene en maandag komt er een nieuwe vrijwilliger die hier voor twee maanden blijft, Blond blijft tot begin januari, wat gaan die twee tortelduifjes doen? Ik vraag of ze Engels praten, of ze ervaring hebben in onderwijs, of ze een idee hebben over de situatie waarin de Birmezen hier leven. Als ik vraag hoe ze hier terecht zijn gekomen kom ik erachter dat er zich een communicatieprobleem heeft voorgedaan binnen de organisatie waarvoor ik werk.
Waar slaat het op om twee wereldreizigers voor een maand naar Mae Pa te sturen om een beetje Franse les te geven? Ik begin vraagtekens te krijgen over de organisatie waar ik voor werk. Als organisatie (nee, ik werk niet voor een ongestructureerde Thaise of Birmese organisaties, maar een Franse... de Franse slag zal de oorzaak wel zijn!) vind ik dat je dit soort fouten niet kunt maken. Verder heb ik het idee dat ze de spijker niet op zijn kop slaan: het lijkt erop dat gedacht wordt dat er een hoop goeds wordt gedaan als er zo maar wat vrijwilligers naar Mae Pa worden gestuurd. Zonder enige voorlichting of voorafgaande training worden ze in het wild losgelaten. Voor de studenten is het onderwijs de enige uitweg naar een betere toekomst, hoe kun je hier dan zo mee spelen? Walgelijk vind ik het. Door iedere keer maar een paar vrijwilligers te sturen die een paar weken blijven en die vaak niets van onderwijs afweten krijg je een averechts effect. De studenten worden moe van de lessen en verliezen hun motivatie waardoor ze niets meer presteren. Nog geen 1% van alle studenten lukt het een beurs te bemachtigen om aan een Thaise universiteit te studeren. Het overige gedeelte zal net als hun ouders eindigen in een fabriek of op het land waar ze door de Thaien worden uitgebeid en waar ze verder zullen leven in onzekerheid.
Als hulpverlende organisaties hun hulp beter zouden organiseren en beter zouden nadenken over een effectieve en duurzame manier om de studenten te helpen, dan zou dit percentage misschien iets toenemen...
Ik voel me dan soms misschien als een leeggelopen ballon, hij wordt gelukkig vaak weer snel opgeblazen. Maar mijn hart verschrompelt als ik zie dat er als speelballen met de leerlingen wordt omgesprongen.
