Global Voices: De wereld spreekt. Luister je?

28-11-2008

Ups and Downs...

Als stuiterballen vliegen mijn gevoelens op en neer. Ik laat ze de vrije loop en beland in een fractie van een seconde in de zevende hemel, nog geen tel later lijkt het alsof ik neerstort in een rafijn, zo diep dat er geen einde aan lijkt te komen. Soms springen ze alle kanten op en heb ik moeite mezelf weer bij elkaar te rapen en te begrijpen of ik nou blij of verdrietig moet zijn.

Als eb en vloed overstroom ik van geluk of word ik leeggezogen door frustraties. Zo snel als een galopperend paard, soms lukt het me niet om het bij te houden, hoe hard ik ook probeer te rennen.

Als een luchtballon blaast mijn hart zich op en neemt het proporties aan waar ik verstelt van sta. Maar in een mum van tijd loopt het weer leeg en snak ik naar zuurstof.





Dinsdagmiddag
De stuiterballen vliegen omhoog

Als ik op de Good Morning School aankom zie ik trotse gezichtjes: glimmende schoenen, witte kousen, blauwe rokjes en bermuda's, strak gestreken blousejes, stralende gezichtjes met gelukkige glimlachen. Het uitstapje naar de markt (zie artikel hier) was dus nog niet zo verkeerd! De kinderen mochten zelf bepalen wat ze kochten en besloten zonder ook maar één seconde te twijfelen om schooluniformen te kopen. De Amerikaanse projectleider stond hier nogal verbaasd van, maar ze wilde de keuze van de kinderen niet beinvloeden.

Voor deze kinderen is er niets belangrijk dan beschouwd te worden als ieder ander kind (schooluniformen zijn hier op officiele scholen verplicht) en niet gezien te worden als een armoedige vluchteling zonder papieren. Ze willen erbij horen, zoals ieder kind dat wilt. Dankzij de schooluniformen hebben ze het idee zichzelf te identificeren en kunnen ze serieus worden genomen als ze naar school gaan.







Woensdagochtend
Mijn luchtballon loopt langzaam maar zeker leeg

Om 9:30 kom ik op de high-school in Mae Pa aan voor mijn eerste les van de dag. Mijn fiets staat nog niet geparkeerd in de schaduw (anders verbranden de billetjes van Blond zich als ze aan het begin van de middag haar derrière op een gloedheet zadel moet zetten om door de brandende zon weer naar huis te fietsen) of Irène, mijn Franse collega, komt met twee Fransen op me afgelopen. Een jong stelletje van nog geen twintig jaar, ze zijn gezellig op wereldreis en komen een maandje in de high-school werken. Mijn ogen vullen zich met onbegrip.

Wat is dit nu weer? Vrijdag vertrekt Irene en maandag komt er een nieuwe vrijwilliger die hier voor twee maanden blijft, Blond blijft tot begin januari, wat gaan die twee tortelduifjes doen? Ik vraag of ze Engels praten, of ze ervaring hebben in onderwijs, of ze een idee hebben over de situatie waarin de Birmezen hier leven. Als ik vraag hoe ze hier terecht zijn gekomen kom ik erachter dat er zich een communicatieprobleem heeft voorgedaan binnen de organisatie waarvoor ik werk.






Waar slaat het op om twee wereldreizigers voor een maand naar Mae Pa te sturen om een beetje Franse les te geven? Ik begin vraagtekens te krijgen over de organisatie waar ik voor werk. Als organisatie (nee, ik werk niet voor een ongestructureerde Thaise of Birmese organisaties, maar een Franse... de Franse slag zal de oorzaak wel zijn!) vind ik dat je dit soort fouten niet kunt maken. Verder heb ik het idee dat ze de spijker niet op zijn kop slaan: het lijkt erop dat gedacht wordt dat er een hoop goeds wordt gedaan als er zo maar wat vrijwilligers naar Mae Pa worden gestuurd. Zonder enige voorlichting of voorafgaande training worden ze in het wild losgelaten. Voor de studenten is het onderwijs de enige uitweg naar een betere toekomst, hoe kun je hier dan zo mee spelen? Walgelijk vind ik het. Door iedere keer maar een paar vrijwilligers te sturen die een paar weken blijven en die vaak niets van onderwijs afweten krijg je een averechts effect. De studenten worden moe van de lessen en verliezen hun motivatie waardoor ze niets meer presteren. Nog geen 1% van alle studenten lukt het een beurs te bemachtigen om aan een Thaise universiteit te studeren. Het overige gedeelte zal net als hun ouders eindigen in een fabriek of op het land waar ze door de Thaien worden uitgebeid en waar ze verder zullen leven in onzekerheid.

Als hulpverlende organisaties hun hulp beter zouden organiseren en beter zouden nadenken over een effectieve en duurzame manier om de studenten te helpen, dan zou dit percentage misschien iets toenemen...

Ik voel me dan soms misschien als een leeggelopen ballon, hij wordt gelukkig vaak weer snel opgeblazen. Maar mijn hart verschrompelt als ik zie dat er als speelballen met de leerlingen wordt omgesprongen.

22-11-2008

Uitwisseling

Muse: een school in Californie waar voor een summiere som van vijfentwintig US dollar per jaar "ieder" kind naar school kan gaan. Sinds een jaar is deze school gekoppeld aan een Birmees schooltje in Thailand. De bamboeschool op palen biedt aan een stuk of vijftig straatarme kinderen van migrantworkers de kans basisonderwijs te volgen. Een goed idee, een mooi initiatief, een perfecte manier om wat overtollig geld van een handjevol Amerikaanse stinkers over enkele Birmese hulpbehoevenden uit te smeren. Maar op welke manier kun je een soortgelijk uitwisselingsproject tot een reëel succes maken?

Dag 1
Terwijl de coole Amerikaanse delegatie tien dagen ter plekke is om structuur aan te brengen in het onderwijs, nieuwe schoolspullen aan te schaffen, te praten met de ouders en de leraren en verder een hoop geld over de balk te smijten wordt er gezongen, gedanst, gelachen en "gehugged". Als vrijwilliger op dit schooltje kijk ik toe wat voor keuzes er in deze korte periode gemaakt zullen worden om ervoor te zorgen dat het onderwijs wordt verbeterd en er hulp wordt gegeven daar waar het nodig is.







Dag 2
Terwijl er aan de kinderen wordt beloofd dat ze maandag zakgeld krijgen en dan met z'n allen naar de markt gaan om nieuwe kleren te kopen zit er een meisje in een hoekje. Hoewel haar mondhoeken iets omhoog trekken door deze fantastische aankondiging stralen haar oogjes niet. Ze heeft hoofdpijn en koorts. Door de dikke laag tamaga op haar wang puilt een dikke muggenbult. Ze heeft dengue, had ze maar een klamboe of een anti-muggenmiddel om haar tegen insectensteken te beschermen.

Dag 3
Terwijl één van de Amerikaanse dames, die een waarachtige rockster blijkt te zijn, guitaar speelt en met haar rauwe Amerikaanse stem de kinderen "Don't worry, be happy" leert te zingen beginnen twee kindjes te kwijlen als hondjes als ik ze de resten van mijn papayasalade geef. Hoezo don’t worry als je ’s ochtends niet weet waarmee je je buik die dag zult kunnen vullen…?







Dag 4
Terwijl er met kraaltjes kettingen worden geregen en er van de prachtigste stoffen kleding wordt gemaakt voor de poppen die de Amerikaanse Muse kinderen aan de Birmese kinderen hebben gegeven zit ik tegenover een jongetje wiens broekje met vier verschillende kleuren garen al meerdere malen is versteld. Zijn bloesje is half open, niet omdat het zo warm is en hij heeft gespeeld met zijn vriendjes, nee, de bovenste knopen missen. Met pijn in m’n hart knip ik een minuscuul stukje stof van de grote lap waarvan nu één klein poppenblousje wordt gemaakt. Wat er met de rest van de stof gebeurd is me onduidelijk.

Dag 5
Na het slaappartijtje dat voor de kinderen op de school is georganiseerd stel ik voor met z’n vieren te gaan ontbijten om even na te praten. Maar iedereen heeft slecht geslapen en wil zo snel mogelijk naar hun guesthouse terug om nog een paar uurtjes te rusten. Een beetje teleurgesteld sta ik voor de school die leegstroomt... Na een moment van aarzeling besluit ik m’n fototoestel te pakken: het ochtendlicht in Mae Sot is zo prachtig, een goed moment voor een paar mooie plaatjes.

Terwijl ik in een rijstveld vol drauwdruppels sta en m’n lichaam zich opwarmt door de eerste zonnestralen van deze nieuwe mooie dag lopen twee van mijn leerlingen aan de hand van hun vader door de stofwolken van de tuktuk van de Muse delegatie naar de fabriek. De woorden die de Muse Godin vijf minuten geleden tegen de kinderen uitsprak galmen door mijn hoofd: today is Sunday, family day, no school, no work…







Dag 6
Terwijl kinderen en ouders van een feestmaal genieten en de Amerikaanse dames (die zelf niet eten; te bang om ziek te worden van local food...) de beelden van dit gelukkige moment opnemen met hun camera's kruipt er een jongetje bij me op schoot. Met zijn handje gebaart hij dat hij geen honger heeft maar buikpijn. Waren er maar medicijnen om maagkrampen tegen te gaan.

Terwijl de kinderen zingen en dansen, genieten ze intens van de tien dagen dat ze worden verwend als rijke Amerikaanse Muse leerlingen. Terwijl ik het zieke kind dat doodstil op m’n schoot hangt, stevig vasthoud bekijk ik de feestvierende massa. Mijn hersenen lijken op tilt te slaan, wat is dit eigenlijk voor feest? Een weeïg gevoel overwelft me en spoelt de trance van gelukszaligheid weg. Er klopt iets niet. Of is dit nou een geslaagde uitwisseling van ideeen, kennis, waarden en normen? Is het goed de deuren naar de buitenwereld te openen voor een weekje en de kinderharten met smart doen overstromen als de show na amper twee weken is afgelopen, als het doek weer valt, de deuren weer dichtgaan en alles weer min of meer hetzelfde wordt?

Ik sta op en breng het kind naar zijn bed.

Terwijl ik op de fiets zit biggelen er dikke tranen over m’n wangen. Geslaagd of niet, voor mij was het allemaal iets too much deze week.



11-11-2008

Tamaga of Blond



Aziatische mensen houden van schoonheid. Hun idealen sluiten niet precies aan bij die van ons. Bijvoorbeeld: wij Westerlingen houden van een zon-gebruinde huid, voor Aziaten kan de huid niet wit genoeg zijn. Om de huid te beschermen voor de zon gebruiken Aziaten verschillende middeltjes: crèmes, soaps, poeders, ...

Nu heb ik al een tijdje last van pigmentenvlekken in m'n gezicht en heeft mijn dermatoloog me daar een speciale zalf voor gegeven (35€ de tube!!). Iedere ochtend en avond breng ik de crème op en voordat ik overdag de deur uit ga smeer ik ook nog eens factor 50 op de vlekken. Toch gaan de vlekken niet weg. Daarom besloot ik het Aziatische voorbeeld te volgen en een speciale crème te kopen die een witte huid belooft. Ik vond een tube roze en blauwe crème van Pond's. Het leek me wel zo verstandig een crème te kopen van een merk die ook in Europa bekend is. Met China zo vlak naast de deur, weet je maar nooit wat ze in Aziatische crèmes verwerken (stel je voor dat er Chinese melkpoeder inzit...) Ik dacht dat de roze cème voor overdag was en de blauwe voor 's nachts, maar aangezien de beschrijving van het product alleen maar in het Thais was, besloot ik dit eerst even aan de verkoopster te vragen. Zij sprak gelukkig een beetje Engels en vertelde me iets waaruit ik begreep dat de blauwe speciaal voor de probleem huid was en de roze voor de gewone huid.

Ik nam de roze en testte het de volgende ochtend meteen uit. De textuur was nogal raar en toen ik per ongeluk een beetje in m'n oog kreeg barstte ik in tranen uit. Dat zalfje was niet voor baby's en ook niet voor Blond, het prikte echt heel erg! De volgende ochtend bracht ik de crème weer aan, ik lette erop dat er niets in m'n oog kwam, de crème voelde nog steeds heel raar aan. Ik nam nog een likje uit de tube en keek er eens goed naar... de crème leek eigenlijk meer op een gel dan op een zalfje... was dit wel een dagcrème? Toen ging er een lampje branden in mijn Blonde bolletje: ik bracht wat water aan, er ontstond een heerlijk zacht soapje... Blond was dus twee dagen lang cleansinggel op haar toet aan het smeren!



De Thaise schoonheidsproducten zijn dus niet voor Blond weggelegd, tenzij ze het Thaise schrift onder de knie krijgt... Maar tegen die tijd zal mijn hele gezicht onder de pigmentvlekken zitten. Gelukkig zijn er andere mogelijkheden om je gezicht tegen de zon te beschermen. Mijn Birmese vriendinnen weten daar alles van af: iedere ochtend verzorgen zij hun gezicht met een wittige crème die van de Tamaga-boom komt. Aan de hand van een stukje van de stam, wat water en een plaat om het stammetje op te draaien ontstaat er een wittige vloeistof die opdroogt als je het op je gezicht smeert. Heel makkelijk aan te brengen dus, en 's avonds was je het er zo weer van af (zonder dat het de ogen irriteert). Birmese vrouwen en kinderen gaan de deur niet uit voordat ze met de Tamaga hun gezicht hebben versierd: stippen, strepen, of gewoon een egale laag over het hele gezicht... Met groot plezier werd ik vandaag op school door mijn studenten "geschminkt". Op de fiets naar huis werd ik door iedereen nagekeken en hoorde ik overal "choué" (Thais) ofwel "la dé" (Birmees): "mooi, mooi, mooi"...

Ja, Aziaten weten wat schoonheid is ;-).

You go back Center Parcs, please!!!

Blond is niet de enige bij wie exotische orde in trek zijn. Goedkope vakantiebestemmingen, een overvloed aan vakantiedagen, de mogelijkheid flexibel te werken. Economische dip of niet, het hoeft geen rede te zijn om zielig thuis te gaan zitten afwachten wat er met de koopkracht gebeurt.





Sinds ik in Mae Sot ben heb ik een hoop mensen leren kennen. Allereerst natuurlijk mijn geliefde, schattige, onschuldige, grappige, (...) boefjes, daarnaast begin ik ook steeds meer inwoners van Mae Sot te leren kennen (of liever gezegd, zij "kennen" mij, dat is natuulijk niet zo moeilijk, zoveel Blond heb je hier niet rondlopen). Verder ontmoet ik ook een hoop buitenlanders: Aziaten die ongure handel drijven; toeristen die naar Mae Sot reizen om even snel de grens met Birma over te steken om hun visum te verlengen (...).

Je loopt hier zo Birma binnen: heel gewoon,over de vriendshapsbrug... je moet dan je horloge met een half uur verzetten en ook moet je niet vergeten om rechts (en niet meer links) te gaan rijden. Verder moet je je meteen gedragen, want voordat je een eerste stap op Birmese bodem hebt gezet word je in de gaten gehouden. Ver zul je sowieso niet komen, je moet bij binnenkomst je paspoort achterlaten bij de douane en aan het einde van de dag word je vriendelijk verzocht dit grensstadje te verlaten. Lang leven de dictatuur.

Naast toeristen kom je in Mae Sot een hoop westerlingen tegen die voor NGO's werken. Het is erg makkelijk om ze te ontmoeten, ze gaan allemaal naar dezelfde bars en restaurants (daar waar je friet en hamburgers kunt eten). Over NGO's zou ik een heel boek kunnen schrijven: aan de ene kant zijn ze onmisbaar, aan de andere kant hebben de werknemers vaak een onuitstaanbare, arrogante houding en zouden ze veel efficienter met hun fondsen om kunnen gaan. Sommige NGO's smijten echt met geld: alsof de directeuren en betaalde werknemers niets kunnen verrichten als ze niet continue in de watten worden gelegd!





Toch blijft het een feit dat dankzij grote organisaties grote groepen mensen op efficiente, goed gestructureerde en gecoordineerde manier geholpen kunnen worden. Hoewel de inzet van kleine organisaties vaak groter is hebben ze minder invloed om grote projecten uit te voeren. Toch betekent dit niet dat hun hulp onzinvol is: vrijwilligers die voor kleine organisaties werken hebben vaak een ander doel voor ogen dan degenen die voor een grote NGO werken en vooral hopen op een mooie jeep en exotisch huisvesting. Verder is het contact tussen hulpbehoevende en vrijwilligerswerker vaak intenser en een stuk persoonlijker waardoor er gerichtere hulp gegeven kan worden. Het gevaar van kleine organisaties is dat ze vaak niet op de hoogte zijn van alle aanwezige hulpverlenende structuren waardoor ze vaak met omwegen bij hun doelen komen. Een laatste minpunt is dat ze dikwijls met amateurs werken die onvoorbereid aan een project beginnen.

Hoe goed de bedoelingen van organisatie en vrijwilliger ook kunnen zijn, het kan schade aanrichten aan een project te beginnen zonder na te denken over de reele behoeftes, de vakkundigheid die daarbij gepaard gaat en de tijd die nodig is een dergelijk project uit te voeren.

Zo is vorige week een Canadees op ons schooltje gestrand. Als je hem ziet denk je dat hij de bus naar Center Parcs heeft gemist: bierbuik; sigaretje in zijn vergeelde vingers; een zeer foute bouddha ketting, zo groot als zijn neus (en die is echt enorm); trainingspak (met exotische motieven of met foute leuzen); sokken (iedereen loopt hier op slippers en in de klas, waar je geen schoenen/slippers mag dragen, loopt iedereen dus op blote voeten).
Het schijnt dat hij ieder jaar een maand Engelse les in Mae Sot geeft. Helaas voor Blond is dit op het schooltje waar zij lesgeeft. Peter (een echte Center Parcs naam als je het mij vraagt!!) is ervan overtuigd dat een intensieve Engelse cursus van een maand een redding is voor de studenten.

Peter windt er geen doekjes om: gedurende drie blok-uren voert hij een show op waar Emile Ratelband trots op zou kunnen zijn. In een Engels, dat meer lijkt op een taaltje dat ouders gebruiken als ze tegen hun baby's praten, behandelt hij de meeste onzinnige onderwerpen en geeft hij de meest wonderlijke oefeningen. Als hij klaar is en tevreden zijn sigaretje rookt zijn de studenten compleet uitgeput en pikken ze in de lessen die volgen niets meer op. Wat deze oh zo lollige Canadees negeert is dat er door zijn lessen een maand lang geen wiskunde, scheikunde en economie gegeven wordt.

Over zes weken hebben de studenten een belangrijk examen dat ze moeten halen om aangenomen te worden op een speciale school die ze klaarstoomt voor het toelatingsexamen voor de universiteit van Chang Mai (grote studentenstad in Noord Thailand). Afgelopen jaar heeft 2% van alle studenten van BHSOH dat examen gehaald... hoe hoog zou dit percentage zijn als het onderwijs beter gestructureerd zou zijn en amateursleraren niet meer worden toegelaten? Het is zo jammer dat mensen zo makkelijk denken over lesgeven, het is een vak apart!


Persoonlijk berichtje van Blond aan Peter: stop thinking yourself, go back Center Parcs!