Global Voices: De wereld spreekt. Luister je?

24-12-2008

Kerstwens: "begrijpen"

Zondagavond hadden mijn collega en ik een kerstfeestje georganiseerd voor onze boardigstudents. Aan twee leerlingen hadden we gevraagd of ze ons wilden helpen. Het feest zou in hun boardinghouse plaatsvinden.

BHSOH bestaat uit een school waar sommige boardingstudents slapen en een paar hutjes rond de school waar de rest van de boardingstudents,voor wie geen plek is in de school wonen. De school is veels te klein voor alle leerlingen en boardingstudents... verschillende organisaties hebben de schooldirecteur een nieuw stuk grond en een nieuwe school + boardinghouse aangeboden, maar de directeur wil blijkbaar niet verhuizen...

Zondagochtend gingen we allereerst naar de markt om inkopen te doen. Ik had de twee jongens gevraagd een lijstje te maken.

Meat, Fish, Lobster, Prawns, Porc, Chicken...

Ik lag in een deuk, lobster... Ja natuurlijk, het is een kerstdiner, why not. Maar een lobster op de jungle-BBQ.... ach, waarom ook niet, het is kerst!







We hadden 1,5 uur om alle inkopen te doen, hetgeen me meer dan genoeg leek omdat de markt niet al te groot is. Nadat we twee keer heen en weer waren gelopen hadden we alleen nog maar een grote fles olie, zout en wat kruiden. Iedere keer als we bij een kraampje stopten en de vis of het vlees bekeken zeiden de twee jongens dat het niet goed was... Ik begreep het niet, de dorades zagen er prachtig uit. Na een uur werd mijn geduld kleiner en zei ik dat we geen keuze hadden en de vis en het vlees maar gewoon moesten kopen. We stonden toen voor een kraam met heerlijke garnalen... Ik vroeg hoeveel een kilo kostte. "Nee, nee professeur, veels te duur". Ah, alles was dus een kwestie van geld... Wat wil je ook als je gewend bent altijd het meest goedkope voedsel te eten. Voor de garnalen moest ik 75 Baht (nog geen 2€) neerleggen. Ik besloot nog een kilo te nemen. Beide jongens voelden zich zeer ongemakkelijk en ik ook... Voor mij was het allemaal niets, maar voor hun gaf ik fortuinen uit op de markt. Volgende keer kan ik dat soort aankopen dus beter maar alleen doen.

Na 2,5 uur, waren de inkopen gedaan
Vis
Rundvlees
Groenten
Fruit
Olie
Kruiden
Kool voor de BBQ
Prikkers om spiesjes te maken
Rijsttoetjes
Drinken
Eén fles alcohol

De jongens wilden bier (Blond eigenlijk ook wel), maar als een verantwoordelijke leraar zei ik dat cola net zo goed was. Wel moesten we een fles alcohol voor de leraar kopen die in het boardinghuis van de jongens woonde. Ik zei dat het niet zo'n goed idee was, dat die leraar alcoholist was en dat we beter iets anders konden kopen. "Nee nee, die leraar is aardig, die leraar is niet zoals andere leraren, die leraar heeft zijn hart op de goede plek, die leraar deelt alles wat hij bezit met de leerlingen die in zijn huis wonen. Professeur, je begrijpt er helemaal niets van". Beteuterd keek ik naar mijn leerlingen... Begreep ik dan echt zo weinig. Ach, waarom ook niet, het is kerst. Eén fles dan maar voor die lieve leraar.








Rond een uur of drie kwamen we bij het huis aan en begonnen de jongens de vissen en garnalen schoon te maken, het vlees te snijden en de groenten te wassen. In de middaghitte en zonder enige koelkast om de producten te bewaren dacht Blond dat het wel een goed idee zou zijn om wat ijs te halen. Toen ik weer terug kwam leek alles min of meer in kannen en kruiken en besloot ik mijn collega Annette op te halen. Om een uur of zes kwamen we bij het feesthuis aan. Tot mijn grote verbazing waren er maar een paar leerlingen. Ik vroeg waar de meisjes waren. "De meisjes, de meisjes? Nou, die komen niet, die zijn bang!". Blond fronste haar wenkbrauwen... Die zijn bang? Waarvoor dan? Toen ik ze na de les had gevraagd of ze wilden komen waren ze laaiend enthousiast. Mijn nek spandde zich aan mijn maag maakte een rare draai. Waarom? Waarom?





Ik besloot naar de school te gaan waar de meisjes waren. De schooldirecteur was er ook. Ik vroeg of ik hem kon spreken. Hij gaf aan dat ik hem ontzettend stoorde omdat hij juist zat te eten. Het kleine beetje geduld dat ik nog over had verloor ik toen hij een lepel tom yam in zijn mond propte en gulzig met zijn hand een balletje kleefrijst uit het schaaltje voor hem draaide. Met boze stem vroeg ik waar de meisjes waren. De directeur begreep dat het niet het moment was om me te laten wachten terwijl hij zich volstopte met heerlijk eten (waar alleen hij recht op heeft). Hij stond op en vertelde dat hij eerst met zijn vrouw moest praten.

Oh nee, zijn vrouw, zijn vrouw, een ex-scherpschutter die in de tijd dat de school echt nog in de jungle stond de hele dag met een geweer op het dak stond om de school te beschermen tegen indringers en gevaarlijke militairen. Een dikke trol die de directeur compleet in haar macht heeft. Een vreselijke bitch die al het geld dat de school ontvangt in haar eigen zak steekt en uitdeelt aan haar familieleden die ook in de school werken of op de school zitten.

Er werd in het Birmees geroezemoesd, af en toe ging de toon omhoog, ik begreep er niets van. De jongen, Cocco genaamd, die met me mee was vertelde dat ze niet wilden dat de meisjes kwamen omdat het huis vlakbij een begraafplaats is en er geesten rondzweven. Gevaar, gevaar... Wat moest ik hier op antwoorden? Als zij dit geloven, wat kon ik daar dan over zeggen? Maar waarom hadden de jongens me dit niet eerder verteld, dan hadden we het feest ergens anders georganiseerd...

Ik zei dat het niet uitmaakte, dat ik zeer teleurgesteld was, maar dat ik het begreep. "Ok, ok, het is goed, ze mogen komen." Ik wilde niet meer dat ze kwamen, de sfeer was verpest, ik wilde niemand dwingen. Was ik maar niet naar de school gegaan om de meisjes te halen.

Met z'n vijftienen liepen we naar het feesthuis. De meisjes volgden alsof het een corvee was. Toen kwam er een jongen aangerend, het was de zoon van de directeur die ook op de school zit. Hij vloog Cocco in de haren en schold hem uit . Blond ging stoer, maar met knikkende knieen, tussen de jongens in staan en stuurde de onrustzaaier naar huis. De jongen zei toen nog één ding (ik vertaal: "Je bent te ver gegaan, je hebt de naam van mijn vader besmeurd, we zullen je van school sturen".

Met lood in m'n schoenen (of eigenlijk slippers) slofte ik achter de leerlingen aan. Eenmaal in het feesthuis aangekomen namen de meisjes een glaasje cola en aten ze wat fruit, ze konden gelukkig weer glimlachen. Met mijn fles cola maakte ik nog een rondje om de leerlingen bij te schenken. Toen kwam de lieve leraar naar me toe en vroeg op niet al te lieve wijze om zijn fles alcohol. Ik zei dat hij die al had gehad, hij zei van niet, ik zei van wel, hij zei van niet... toen keerde hij me boos de rug toe... Oh, waarom waarom? Een minuut later dacht ik het te begrijpen: ik trof een leerling aan die geheel gek was geworden. Hij zat op de grond en bonkte met zijn hoofd tegen de houten vlonders waar hij op zat. Had hij misschien de hele fles alcohol in één keer leeggedronken? Ik vroeg het aan de leerlingen die om hem heen stonden. Moesten we hem misschien naar een dokter brengen? De aanwezige leerlingen zeiden dat het niets was, dat hij gewoon door een geest was bezeten en dat het na een paar uur weer over zou zijn. Zijn lichaam vechtte nu tegen de geest. Hij was sterk genoeg om de geest de baas te worden. Ah natuurlijk, de geesten weer.... Ik begon er zelf bijna in te geloven.






Rustig ging ik weer naar buiten waar ik een garnalenspiesjes in mijn handen kreeg gedrukt. Merci, merci professeur, je suis très content! Nou, dan ben ik ook gelukkig.





Als je niets van dit verhaal begrijpt, maak je je dan geen zorgen, ik begrijp er zelf ook bar weinig van, maar dit is een voorbeeld van hoe dingen hier kunnen lopen en van hoe moeilijk het is de mensen hier te begrijpen. Als westerling kun je, hoe hard je ook probeert niet alles begrijpen. Je kunt zelfs bijna niets begrijpen. Je moet je erbij neerleggen. Wil je niet helemaal gefrustreerd raken, dan moet je je openstellen, je geduld in één hand nemen en je glimlach in de andere. Op die manier kun je het vertrouwen winnen van al die mensen die je zo graag echt zou willen begrijpen zodat je echt iets voor ze zou kunnen betekenen. (Een probleem blijft dan nog altijd de taal, niets is hier gewonnen...)

Na afloop van het feest kwam Cocco naar me toe. Hij vertelde me nogmaals dat ik er niets van begreep, dat ik de realiteit niet kende. Ik werd verdrietig en boos, want ik deed toch zo goed mijn best. Hij vertelde me over de terreur die in het schooltje heerst. De familieclan maakt het sommige leerlingen heel moeilijk, vooral diegenen die "intelligent" zijn en grote kans maken op een scholarship. Hij vertelde me ook dat de leerlingen hier niet over praten omdat ze bang zijn van school gestuurd te worden. Ze zijn Birma ontvlucht om hier onderwezen te worden, maar in plaats van een veilig nest te vinden krijgen ze te maken met een "schooldictatuur".

Verdrietig ging ik die avond naar huis.

De volgende dag had ik mijn Farewell Ceremony. Iedereen was het voorval van de avond daarvoor vergeten. De schooldirecteur schudde me vriendelijk de hand. De leerlingen gaven me cadeautjes. Cocco had gelijk, ik begrijp er inderdaad helemaal niets van, alles is hier zo anders. Ik hield een speech over gelijkheid. Iedereen applaudiseerde. Ik weet niet of ze iets van mij hebben begrepen. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan.



20-12-2008

Joyeux Noel!

Maandag is de laatste schooldag voor de "kerstvakantie". De meeste leerlingen zijn Boeddhist, maar sommigen zijn Christen en een enkeling is Moslim, toch weet iedereen wat kerst is en waren de leerlingen gister druk bezig kerstcadeautjes in te pakken. Om samen met de leerlingen in een Franse kerststemming te kopen liet ik ze een ppt zien vol mooie, wit besneeuwde, Franse kerst taferelen. Daarna zongen we een liedje dat we de hele week al gerepeteerd hadden. Hieronder het resultaat - (ze vonden het echt leuk hoor)! Het refrein gaat ze goed af, maar daarna wordt het toch echt moeilijk voor sommigen, zelfs voor Blond ;-)







"Petit Papa Noël
Quand tu descendras du ciel
Avec tes jouets par milliers
N'oublie pas mon petit soulier...
"

Zondagavond organiseren mijn collega en ik een kerstBBQ en zullen alle boardingleerlingen een sweatshirt krijgen! Maandag is Blonds FarewellCeremony... en dan... dan is het avontuur op de BHSOH-school afgelopen... :-(.

13-12-2008

So Blond... even een weekendje weg...

Na alle serieuze posts is het wel weer even tijd om iets lekker blonds te plaatsen... Want ondanks alles ben ik mijn blonde haren nog niet verloren (heb zelfs nog geen grijze ontdekt, dus alles gaat goed!)en geniet ik van de mooie landschappen rond Mae Sot.


Kopje koffie in het ochtendgloren



Een heerlijk plekje aan het water...



Even poseren op het bruggetje


Nog een foto want m'n blonde haar zat niet goed ;-)



Blond kan er geen genoeg meer van krijgen!



's avonds heerlijk eten... de vis gaat helemaal op...






Ik kan er weer tegenaan!

11-12-2008

Mensenrechten in Birma



Gister organiseerde de Burmese Political Prisoners’ Union (BPPU) een speciale bijeenkomst om te praten over mensenrechten. De datum was niet uit de lucht gevallen, op 10 december 1948 ondertekenden 58 landen in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Helaas, deze zestigste verjaardag was voor de BPPU geen reden om kaarsjes uit te blazen.

Wat valt er te zeggen over mensenrechten in een land dat geregeerd wordt door één van de meeste strengste bewinden ter wereld? Wat valt er te zeggen over een staat waar het aantal politieke gevangenen sinds de Safraan Revolutie van september 2007 is verdubbeld? Wat valt er te zeggen over de junta die vonnissen uitspreekt zonder dat de aangeklaagde recht heeft op een eerlijk proces? Vorige maand zijn tientallen activisten veroordeeld tot straffen die oplopen tot 65 jaar gevangenis. Straffen die moeten worden uitgezet in gevangenissen die zich bevinden in de meest afgelegen gebieden van het land. Daar waar niemand wordt toegelaten, daar waar de militairen vrijspel hebben, daar waar de term mensenrechten een onbekend woord is.

Het was mijn vriend Aung Kai die me had uitgenodigd de bijeenkomst bij te wonen. Hij wees me een rode plastic tuinstoel aan op de voorste rang, pal tegenover het bestuur dat bestond uit drie mannen en een vrouw. Vier mensen die, net als mijn vriend Aung Kai, jarenlang opgesloten hebben gezeten in de gevangenis en nu hun activiteiten voortzetten in Mae Sot, een Thaise stad op een steenworp afstand van het verboden land.

Ongemakkelijk neem ik plaats in de betonnen zaal die voor deze speciale gelegenheid is versierd met een grote blauw vlag waarop stond geschreven:

« 60th Anniversary
International Human Rights Day
10th December 2008
Thai-Burma Border”



Op de muren tronen grote witte kartonnen vellen waarop met stift teksten in het Engels en Birmees stonden geschreven:

« We would let the world know that we all are prisoners in our own country » Aung San Suu Kyi

« Please use your liberty to promote ours » Aung San Suu Kyi

Vanuit de zaal word ik nieuwsgierig bekeken. Ik glimlach onhandig naar de mensen, maar durf ze niet recht in hun ogen te kijken omdat ik me geen raad weet met de blikken die sympathie verwoorden maar waarin zoveel terreur en angst valt te lezen. Op drie andere buitenlanders na zijn alle uitgenodigden Birmezen. Jong en oud, dik en dun, klein en groot, maar allemaal gemarkeerd door de jaren die ze in de gevangenis hebben doorgebracht, door de mishandelingen die ze hebben ondergaan. Ondanks alles wat ze hebben doorgemaakt, ondanks alles wat ze hebben verloren, ondanks alle pijn waaronder ze gebogen zijn gegaan is het de martelaars niet gelukt ze te breken en staan ze allemaal in de zaal, zo recht als hun ruggen het toelaten.

Het bestuur stelt zich voor. De voorzitter vertaalt zijn toespraak in het Engels. Volgens hem is Birma niet het enige land waar mensenrechten worden geschonden, hij vindt daarom dat « we must fight against military regime all over the world » en eindigt zijn toespraak met « we are all equally born, we have born rights, natural rights »

Dan komen de uitgenodigden aan het woord. Ze spreken allemaal in het Birmees, af en toe vertaalt mijn vriend me een belangrijke passage. Hoewel ik niet alles versta verraden de gebaren en de uitdrukkingen op de gezichten waar de politieke vluchtelingen het over hebben.

Een gebaar van twee armen die de vorm van een doos nabootsen: mijn vriend bevestigd me waar ik bang voor was: deze man heeft meer dan twee jaar in een cel gezeten die zo klein was dat hij niet kon staan.
Een gebaar van twee armen samengebonden in de nek en twee voeten tegen elkaar op de grond: de spreker heeft dagenlang vastgebonden gezeten.
Twee handen die de vorm van een revolver nabootsen: de spreker vertelt over militairen die zonder duidelijke reden het vuur openden op een groep mensen in een dorpje.

Hoewel de toespraken gaan over de vreselijke ervaringen van de ex-gevangenen barst het publiek af en toe in lachen uit. Blond die met tranen in de ogen voor zich uitstaart vraagt verbaasd aan haar vriend waarom er zo gelachen wordt. Aung Kai vertelt me: “Hij vertelt hoe een verdachte wordt veroordeeld: nadat hij lange tijd in hechtenis heeft gezeten. De verdachte wordt meegenomen naar een zaaltje waar een tafel en twee stoelen staan. De verdachte moet gaan zitten, dan gaat er een onbekende tegenover hem zitten en deelt hem mede dat hij zijn rechter is en dat hij heeft besloten hem tot vijf jaar cel te straffen. Dan moet de gevangene opstaan en wordt hij weer in zijn cel gegooid.”

Geschrokken kijk ik om me heen, blijkbaar ben ik de enige die onder de indruk is van het verhaal. Later die avond lees ik op bladzijde 124 in de roman De onzichtbaren het volgende: “Het is een Birmese gewoonte die, zo zal ik later in mijn leven ontdekken, buitenlanders flink kan verwarren: hoe gruwelijker de verhalen, hoe harder we erom moeten lachen” (Loon, 2004).

Na enkele minuten, als er iemand anders aan het woord is barst de zaal weer in lachen uit. “Als een gevangene overlijdt, stuurt het leger een brief naar de nabestaanden. In deze summiere brief staat altijd het zelfde verhaal: de gevangene is overleden aan een hartaanval. Als de nabestaande geluk hebben zullen ze achter de waarheid van de dood van hun dierbaren komen. Medegevangenen documenteren wat er allemaal gebeurt in de gevangenissen en rapporteren dit aan organisaties zoals Human Rights Documentation Unit (HRDU). In hun jaarlijkse verslag kun je “alles” lezen. Je wordt er niet vrolijk van, maar je leest er wel wat er echt gebeurd in het afgesloten Birma (lees het verslag hier).

Sommige toespraken zijn kort, andere duren tientallen minuten. Bitter lachen, ernstige gezichten, blikken van begrip, woede en haat, maar ook van hoop. De mannen roken Birmese sigaretten die lijken op gigantische joints, maar die ruiken naar eucalyptus en goedkope tabak. De voorzitter kauwt op betelbladeren terwijl hij oploskoffie drinkt. Mensen in de zaal schuiven op hun stoelen en fluisteren af en toe wat in het oor van hun buurman.

Dan neemt een jonge, grote, stevige man het woord. In zijn legerbroek en zijn zwarte bomberjack komt hij bij mij als een echte strijder over waar ik een blokje voor om zou lopen. Zijn vuist onderbouwt zijn woorden en bewegen op het ritme van zijn zinnen. Vol bewondering kijk ik naar hem. Ik begrijp niet wat hij zegt, maar de hele zaal is muisstil, deze man moet wel iets heel heftigs aan het vertellen zijn. Plotseling verliest zijn vuist alle kracht, zijn mondhoeken zakken naar beneden en hij barst in snikken uit. Mijn maag draait zich om, ik durf hem niet meer aan te kijken. Zo’n grote sterke man die voor een zaal van een man of veertig staat te grienen. Later vertelt mijn vriend me dat deze man vertelde over zijn ervaring in het leger. Toen hij veertien was begon hij als kindsoldaat (1) bij het Karen Bevrijdingsleger (KNU) en kwam hij in de meest gruwelijke situaties terecht. Ondanks alles wat hij heeft meegemaakt roept hij nu de Birmanen op een eenheid te vormen en gezamenlijk tegen de junta te strijden (2), dit is de enige mogelijk manier om de militairen te doen vallen.

Na ruim twee uur heeft iedereen zijn woord gedaan en wordt er geapplaudisseerd. In mijn hoofd weerkaatsen namen die ik tijdens de toespraken heb opgevangen: Martin Luther King. Freedom, Equality, Justice, Aung San Suu Kyi, Ban Ki-Moon. Het bestuur lijkt te tevreden. Ik ben onthutst. Wat betkent zestig jaar mensenrechten als er in Birma nog steeds zoveel rechten worden geschonden zonder dat de internationale gemeenschap tot concrete actie komt?



(1) Birma kent het grootste aantal kindsoldaten ter wereld.
(2) Birma wordt beheerst door een militair regime dat zo veel succes heeft doordat het de verschillende etnische minderheden tegen elkaar uitspeelt. Naast het militaire terreur kan gesteld wordt dat er mini onafhankelijkheidsoorlogen gaande zijn. Dit geeft de junta veel macht.

08-12-2008

Een Deken voor een Wees

Nadat ik een paar weken geleden het vluchtelingenkamp NuPo heb bezocht knaagt er iets van binnen... Ik kan de mensen niet vergeten.

Kinderen die spelen in de modder voor hun huizen of zwemmen in een vies poeltje. Veel speelgoed hebben ze niet, ze spelen met elkaar, tikkertje en verstoppertje, ze zingen en dansen op de klanken van een valse gitaar. Sommigen hebben een paar oude knikkers, een hoepel of een springtouw. De kinderen vermaken zich met de dingen die ze hebben of die ze kunnen maken van bamboestokken, lege flessen, plastictassen.



Volwassen mannen die niets te doen hebben en in stilte voor hun huizen zitten. Peinzend wachten ze op vrede of op een visa. Sommigen riskeren hun veiligheid door buiten het kamp te werken in de rijstvelden of door de jungle in te gaan om eten te zoeken. Sommigen houden het niet meer uit en denken hun zorgen te kunnen vergeten met alcohol. Ze worden agressief, slaan hun kinderen en vrouw.

Kraaiende hanen, knetterende haardvuren, gerinkel van potten en pannen, de vrouwen zijn vanaf het ochtendgloren in touw om kinderen en man te verzorgen. De mensen hebben te eten, maar alles is gerantsoeneerd en van slechte kwaliteit. Rammelende magen voordat de dag begonnen is.

Net als in de andere kampen in Thailand bestaat er in NuPo een kampraad die de gemeenschap helpt en die problemen probeert op te lossen. De kampraad heeft het druk, er moet een hoop geregeld worden om ervoor te zorgen dat de gemeenschap niet uit elkaar valt, dat iedereen aan zijn trekken komt. Zij staat in contact met de ONG's en geeft aan waar de mensen behoefte aan hebben.



Tijdens mijn bezoek ontmoette ik Eh Paung, de assistent van de kampleider. Een jonge jongen van mijn leeftijd die graag de kampleider wilt opvolgen als hij over een paar jaar "met pensioen" gaat. Een jonge jongen die zich naast zijn drukke "baan" bekommert over de 80 weeskinderen die het kamp telt. Hij vertelde mij over de moeilijkheden, het gebrek aan geld om de jongeren te onderhouden, over de kou, over de slechte hygiene... Hij vertelde me ook dat per jaar ongeveer 155 euro nodig is om een weeskind te onderhouden in het kamp. Wat is dat voor een bedrag in Nederland? Met dat geld koopt Blond een paar laarzen, een retourtje Parijs-Amsterdam. Maar hoe kun je weten dat het geld goed besteed wordt? Wie kun je vertrouwen in een kamp waar zoveel armoede is? Toen vroeg hij mij of ik dekens voor de wezen kon kopen. Een lampje in mijn blonde kopje lichtte op, een glimlach ontstond. Natuurlijk kan ik dat doen... Ik doopte de actie "Een Deken voor een Wees" en kreeg zoveel positieve reacties dat we de kinderen (80 wezen tussen de 7 en 17 jaar)veel meer kunnen geven dan alleen maar een warme deken.

Met kerst ga ik naar het kamp en blijf daar een paar dagen zodat ik ze ook een warme arm kan geven en ze persoonlijk kan vertellen dat in Nederland en Frankrijk meer dan veertig families aan hun denken!

Ik kan de mensen die meedoen aan het project niet genoeg bedanken...

Wil je meer lezen over NuPo, dan kan dat hier en hier (in het Frans)

Wil je ook meedoen, mail me dan: fleur.bogerd@gmail.com.





02-12-2008

Smiley from heaven

Blonds lippen krulden op toen ze gister in de lucht keek en werd toegestraald door een lachende maan.

28-11-2008

Ups and Downs...

Als stuiterballen vliegen mijn gevoelens op en neer. Ik laat ze de vrije loop en beland in een fractie van een seconde in de zevende hemel, nog geen tel later lijkt het alsof ik neerstort in een rafijn, zo diep dat er geen einde aan lijkt te komen. Soms springen ze alle kanten op en heb ik moeite mezelf weer bij elkaar te rapen en te begrijpen of ik nou blij of verdrietig moet zijn.

Als eb en vloed overstroom ik van geluk of word ik leeggezogen door frustraties. Zo snel als een galopperend paard, soms lukt het me niet om het bij te houden, hoe hard ik ook probeer te rennen.

Als een luchtballon blaast mijn hart zich op en neemt het proporties aan waar ik verstelt van sta. Maar in een mum van tijd loopt het weer leeg en snak ik naar zuurstof.





Dinsdagmiddag
De stuiterballen vliegen omhoog

Als ik op de Good Morning School aankom zie ik trotse gezichtjes: glimmende schoenen, witte kousen, blauwe rokjes en bermuda's, strak gestreken blousejes, stralende gezichtjes met gelukkige glimlachen. Het uitstapje naar de markt (zie artikel hier) was dus nog niet zo verkeerd! De kinderen mochten zelf bepalen wat ze kochten en besloten zonder ook maar één seconde te twijfelen om schooluniformen te kopen. De Amerikaanse projectleider stond hier nogal verbaasd van, maar ze wilde de keuze van de kinderen niet beinvloeden.

Voor deze kinderen is er niets belangrijk dan beschouwd te worden als ieder ander kind (schooluniformen zijn hier op officiele scholen verplicht) en niet gezien te worden als een armoedige vluchteling zonder papieren. Ze willen erbij horen, zoals ieder kind dat wilt. Dankzij de schooluniformen hebben ze het idee zichzelf te identificeren en kunnen ze serieus worden genomen als ze naar school gaan.







Woensdagochtend
Mijn luchtballon loopt langzaam maar zeker leeg

Om 9:30 kom ik op de high-school in Mae Pa aan voor mijn eerste les van de dag. Mijn fiets staat nog niet geparkeerd in de schaduw (anders verbranden de billetjes van Blond zich als ze aan het begin van de middag haar derrière op een gloedheet zadel moet zetten om door de brandende zon weer naar huis te fietsen) of Irène, mijn Franse collega, komt met twee Fransen op me afgelopen. Een jong stelletje van nog geen twintig jaar, ze zijn gezellig op wereldreis en komen een maandje in de high-school werken. Mijn ogen vullen zich met onbegrip.

Wat is dit nu weer? Vrijdag vertrekt Irene en maandag komt er een nieuwe vrijwilliger die hier voor twee maanden blijft, Blond blijft tot begin januari, wat gaan die twee tortelduifjes doen? Ik vraag of ze Engels praten, of ze ervaring hebben in onderwijs, of ze een idee hebben over de situatie waarin de Birmezen hier leven. Als ik vraag hoe ze hier terecht zijn gekomen kom ik erachter dat er zich een communicatieprobleem heeft voorgedaan binnen de organisatie waarvoor ik werk.






Waar slaat het op om twee wereldreizigers voor een maand naar Mae Pa te sturen om een beetje Franse les te geven? Ik begin vraagtekens te krijgen over de organisatie waar ik voor werk. Als organisatie (nee, ik werk niet voor een ongestructureerde Thaise of Birmese organisaties, maar een Franse... de Franse slag zal de oorzaak wel zijn!) vind ik dat je dit soort fouten niet kunt maken. Verder heb ik het idee dat ze de spijker niet op zijn kop slaan: het lijkt erop dat gedacht wordt dat er een hoop goeds wordt gedaan als er zo maar wat vrijwilligers naar Mae Pa worden gestuurd. Zonder enige voorlichting of voorafgaande training worden ze in het wild losgelaten. Voor de studenten is het onderwijs de enige uitweg naar een betere toekomst, hoe kun je hier dan zo mee spelen? Walgelijk vind ik het. Door iedere keer maar een paar vrijwilligers te sturen die een paar weken blijven en die vaak niets van onderwijs afweten krijg je een averechts effect. De studenten worden moe van de lessen en verliezen hun motivatie waardoor ze niets meer presteren. Nog geen 1% van alle studenten lukt het een beurs te bemachtigen om aan een Thaise universiteit te studeren. Het overige gedeelte zal net als hun ouders eindigen in een fabriek of op het land waar ze door de Thaien worden uitgebeid en waar ze verder zullen leven in onzekerheid.

Als hulpverlende organisaties hun hulp beter zouden organiseren en beter zouden nadenken over een effectieve en duurzame manier om de studenten te helpen, dan zou dit percentage misschien iets toenemen...

Ik voel me dan soms misschien als een leeggelopen ballon, hij wordt gelukkig vaak weer snel opgeblazen. Maar mijn hart verschrompelt als ik zie dat er als speelballen met de leerlingen wordt omgesprongen.

22-11-2008

Uitwisseling

Muse: een school in Californie waar voor een summiere som van vijfentwintig US dollar per jaar "ieder" kind naar school kan gaan. Sinds een jaar is deze school gekoppeld aan een Birmees schooltje in Thailand. De bamboeschool op palen biedt aan een stuk of vijftig straatarme kinderen van migrantworkers de kans basisonderwijs te volgen. Een goed idee, een mooi initiatief, een perfecte manier om wat overtollig geld van een handjevol Amerikaanse stinkers over enkele Birmese hulpbehoevenden uit te smeren. Maar op welke manier kun je een soortgelijk uitwisselingsproject tot een reëel succes maken?

Dag 1
Terwijl de coole Amerikaanse delegatie tien dagen ter plekke is om structuur aan te brengen in het onderwijs, nieuwe schoolspullen aan te schaffen, te praten met de ouders en de leraren en verder een hoop geld over de balk te smijten wordt er gezongen, gedanst, gelachen en "gehugged". Als vrijwilliger op dit schooltje kijk ik toe wat voor keuzes er in deze korte periode gemaakt zullen worden om ervoor te zorgen dat het onderwijs wordt verbeterd en er hulp wordt gegeven daar waar het nodig is.







Dag 2
Terwijl er aan de kinderen wordt beloofd dat ze maandag zakgeld krijgen en dan met z'n allen naar de markt gaan om nieuwe kleren te kopen zit er een meisje in een hoekje. Hoewel haar mondhoeken iets omhoog trekken door deze fantastische aankondiging stralen haar oogjes niet. Ze heeft hoofdpijn en koorts. Door de dikke laag tamaga op haar wang puilt een dikke muggenbult. Ze heeft dengue, had ze maar een klamboe of een anti-muggenmiddel om haar tegen insectensteken te beschermen.

Dag 3
Terwijl één van de Amerikaanse dames, die een waarachtige rockster blijkt te zijn, guitaar speelt en met haar rauwe Amerikaanse stem de kinderen "Don't worry, be happy" leert te zingen beginnen twee kindjes te kwijlen als hondjes als ik ze de resten van mijn papayasalade geef. Hoezo don’t worry als je ’s ochtends niet weet waarmee je je buik die dag zult kunnen vullen…?







Dag 4
Terwijl er met kraaltjes kettingen worden geregen en er van de prachtigste stoffen kleding wordt gemaakt voor de poppen die de Amerikaanse Muse kinderen aan de Birmese kinderen hebben gegeven zit ik tegenover een jongetje wiens broekje met vier verschillende kleuren garen al meerdere malen is versteld. Zijn bloesje is half open, niet omdat het zo warm is en hij heeft gespeeld met zijn vriendjes, nee, de bovenste knopen missen. Met pijn in m’n hart knip ik een minuscuul stukje stof van de grote lap waarvan nu één klein poppenblousje wordt gemaakt. Wat er met de rest van de stof gebeurd is me onduidelijk.

Dag 5
Na het slaappartijtje dat voor de kinderen op de school is georganiseerd stel ik voor met z’n vieren te gaan ontbijten om even na te praten. Maar iedereen heeft slecht geslapen en wil zo snel mogelijk naar hun guesthouse terug om nog een paar uurtjes te rusten. Een beetje teleurgesteld sta ik voor de school die leegstroomt... Na een moment van aarzeling besluit ik m’n fototoestel te pakken: het ochtendlicht in Mae Sot is zo prachtig, een goed moment voor een paar mooie plaatjes.

Terwijl ik in een rijstveld vol drauwdruppels sta en m’n lichaam zich opwarmt door de eerste zonnestralen van deze nieuwe mooie dag lopen twee van mijn leerlingen aan de hand van hun vader door de stofwolken van de tuktuk van de Muse delegatie naar de fabriek. De woorden die de Muse Godin vijf minuten geleden tegen de kinderen uitsprak galmen door mijn hoofd: today is Sunday, family day, no school, no work…







Dag 6
Terwijl kinderen en ouders van een feestmaal genieten en de Amerikaanse dames (die zelf niet eten; te bang om ziek te worden van local food...) de beelden van dit gelukkige moment opnemen met hun camera's kruipt er een jongetje bij me op schoot. Met zijn handje gebaart hij dat hij geen honger heeft maar buikpijn. Waren er maar medicijnen om maagkrampen tegen te gaan.

Terwijl de kinderen zingen en dansen, genieten ze intens van de tien dagen dat ze worden verwend als rijke Amerikaanse Muse leerlingen. Terwijl ik het zieke kind dat doodstil op m’n schoot hangt, stevig vasthoud bekijk ik de feestvierende massa. Mijn hersenen lijken op tilt te slaan, wat is dit eigenlijk voor feest? Een weeïg gevoel overwelft me en spoelt de trance van gelukszaligheid weg. Er klopt iets niet. Of is dit nou een geslaagde uitwisseling van ideeen, kennis, waarden en normen? Is het goed de deuren naar de buitenwereld te openen voor een weekje en de kinderharten met smart doen overstromen als de show na amper twee weken is afgelopen, als het doek weer valt, de deuren weer dichtgaan en alles weer min of meer hetzelfde wordt?

Ik sta op en breng het kind naar zijn bed.

Terwijl ik op de fiets zit biggelen er dikke tranen over m’n wangen. Geslaagd of niet, voor mij was het allemaal iets too much deze week.



11-11-2008

Tamaga of Blond



Aziatische mensen houden van schoonheid. Hun idealen sluiten niet precies aan bij die van ons. Bijvoorbeeld: wij Westerlingen houden van een zon-gebruinde huid, voor Aziaten kan de huid niet wit genoeg zijn. Om de huid te beschermen voor de zon gebruiken Aziaten verschillende middeltjes: crèmes, soaps, poeders, ...

Nu heb ik al een tijdje last van pigmentenvlekken in m'n gezicht en heeft mijn dermatoloog me daar een speciale zalf voor gegeven (35€ de tube!!). Iedere ochtend en avond breng ik de crème op en voordat ik overdag de deur uit ga smeer ik ook nog eens factor 50 op de vlekken. Toch gaan de vlekken niet weg. Daarom besloot ik het Aziatische voorbeeld te volgen en een speciale crème te kopen die een witte huid belooft. Ik vond een tube roze en blauwe crème van Pond's. Het leek me wel zo verstandig een crème te kopen van een merk die ook in Europa bekend is. Met China zo vlak naast de deur, weet je maar nooit wat ze in Aziatische crèmes verwerken (stel je voor dat er Chinese melkpoeder inzit...) Ik dacht dat de roze cème voor overdag was en de blauwe voor 's nachts, maar aangezien de beschrijving van het product alleen maar in het Thais was, besloot ik dit eerst even aan de verkoopster te vragen. Zij sprak gelukkig een beetje Engels en vertelde me iets waaruit ik begreep dat de blauwe speciaal voor de probleem huid was en de roze voor de gewone huid.

Ik nam de roze en testte het de volgende ochtend meteen uit. De textuur was nogal raar en toen ik per ongeluk een beetje in m'n oog kreeg barstte ik in tranen uit. Dat zalfje was niet voor baby's en ook niet voor Blond, het prikte echt heel erg! De volgende ochtend bracht ik de crème weer aan, ik lette erop dat er niets in m'n oog kwam, de crème voelde nog steeds heel raar aan. Ik nam nog een likje uit de tube en keek er eens goed naar... de crème leek eigenlijk meer op een gel dan op een zalfje... was dit wel een dagcrème? Toen ging er een lampje branden in mijn Blonde bolletje: ik bracht wat water aan, er ontstond een heerlijk zacht soapje... Blond was dus twee dagen lang cleansinggel op haar toet aan het smeren!



De Thaise schoonheidsproducten zijn dus niet voor Blond weggelegd, tenzij ze het Thaise schrift onder de knie krijgt... Maar tegen die tijd zal mijn hele gezicht onder de pigmentvlekken zitten. Gelukkig zijn er andere mogelijkheden om je gezicht tegen de zon te beschermen. Mijn Birmese vriendinnen weten daar alles van af: iedere ochtend verzorgen zij hun gezicht met een wittige crème die van de Tamaga-boom komt. Aan de hand van een stukje van de stam, wat water en een plaat om het stammetje op te draaien ontstaat er een wittige vloeistof die opdroogt als je het op je gezicht smeert. Heel makkelijk aan te brengen dus, en 's avonds was je het er zo weer van af (zonder dat het de ogen irriteert). Birmese vrouwen en kinderen gaan de deur niet uit voordat ze met de Tamaga hun gezicht hebben versierd: stippen, strepen, of gewoon een egale laag over het hele gezicht... Met groot plezier werd ik vandaag op school door mijn studenten "geschminkt". Op de fiets naar huis werd ik door iedereen nagekeken en hoorde ik overal "choué" (Thais) ofwel "la dé" (Birmees): "mooi, mooi, mooi"...

Ja, Aziaten weten wat schoonheid is ;-).

You go back Center Parcs, please!!!

Blond is niet de enige bij wie exotische orde in trek zijn. Goedkope vakantiebestemmingen, een overvloed aan vakantiedagen, de mogelijkheid flexibel te werken. Economische dip of niet, het hoeft geen rede te zijn om zielig thuis te gaan zitten afwachten wat er met de koopkracht gebeurt.





Sinds ik in Mae Sot ben heb ik een hoop mensen leren kennen. Allereerst natuurlijk mijn geliefde, schattige, onschuldige, grappige, (...) boefjes, daarnaast begin ik ook steeds meer inwoners van Mae Sot te leren kennen (of liever gezegd, zij "kennen" mij, dat is natuulijk niet zo moeilijk, zoveel Blond heb je hier niet rondlopen). Verder ontmoet ik ook een hoop buitenlanders: Aziaten die ongure handel drijven; toeristen die naar Mae Sot reizen om even snel de grens met Birma over te steken om hun visum te verlengen (...).

Je loopt hier zo Birma binnen: heel gewoon,over de vriendshapsbrug... je moet dan je horloge met een half uur verzetten en ook moet je niet vergeten om rechts (en niet meer links) te gaan rijden. Verder moet je je meteen gedragen, want voordat je een eerste stap op Birmese bodem hebt gezet word je in de gaten gehouden. Ver zul je sowieso niet komen, je moet bij binnenkomst je paspoort achterlaten bij de douane en aan het einde van de dag word je vriendelijk verzocht dit grensstadje te verlaten. Lang leven de dictatuur.

Naast toeristen kom je in Mae Sot een hoop westerlingen tegen die voor NGO's werken. Het is erg makkelijk om ze te ontmoeten, ze gaan allemaal naar dezelfde bars en restaurants (daar waar je friet en hamburgers kunt eten). Over NGO's zou ik een heel boek kunnen schrijven: aan de ene kant zijn ze onmisbaar, aan de andere kant hebben de werknemers vaak een onuitstaanbare, arrogante houding en zouden ze veel efficienter met hun fondsen om kunnen gaan. Sommige NGO's smijten echt met geld: alsof de directeuren en betaalde werknemers niets kunnen verrichten als ze niet continue in de watten worden gelegd!





Toch blijft het een feit dat dankzij grote organisaties grote groepen mensen op efficiente, goed gestructureerde en gecoordineerde manier geholpen kunnen worden. Hoewel de inzet van kleine organisaties vaak groter is hebben ze minder invloed om grote projecten uit te voeren. Toch betekent dit niet dat hun hulp onzinvol is: vrijwilligers die voor kleine organisaties werken hebben vaak een ander doel voor ogen dan degenen die voor een grote NGO werken en vooral hopen op een mooie jeep en exotisch huisvesting. Verder is het contact tussen hulpbehoevende en vrijwilligerswerker vaak intenser en een stuk persoonlijker waardoor er gerichtere hulp gegeven kan worden. Het gevaar van kleine organisaties is dat ze vaak niet op de hoogte zijn van alle aanwezige hulpverlenende structuren waardoor ze vaak met omwegen bij hun doelen komen. Een laatste minpunt is dat ze dikwijls met amateurs werken die onvoorbereid aan een project beginnen.

Hoe goed de bedoelingen van organisatie en vrijwilliger ook kunnen zijn, het kan schade aanrichten aan een project te beginnen zonder na te denken over de reele behoeftes, de vakkundigheid die daarbij gepaard gaat en de tijd die nodig is een dergelijk project uit te voeren.

Zo is vorige week een Canadees op ons schooltje gestrand. Als je hem ziet denk je dat hij de bus naar Center Parcs heeft gemist: bierbuik; sigaretje in zijn vergeelde vingers; een zeer foute bouddha ketting, zo groot als zijn neus (en die is echt enorm); trainingspak (met exotische motieven of met foute leuzen); sokken (iedereen loopt hier op slippers en in de klas, waar je geen schoenen/slippers mag dragen, loopt iedereen dus op blote voeten).
Het schijnt dat hij ieder jaar een maand Engelse les in Mae Sot geeft. Helaas voor Blond is dit op het schooltje waar zij lesgeeft. Peter (een echte Center Parcs naam als je het mij vraagt!!) is ervan overtuigd dat een intensieve Engelse cursus van een maand een redding is voor de studenten.

Peter windt er geen doekjes om: gedurende drie blok-uren voert hij een show op waar Emile Ratelband trots op zou kunnen zijn. In een Engels, dat meer lijkt op een taaltje dat ouders gebruiken als ze tegen hun baby's praten, behandelt hij de meeste onzinnige onderwerpen en geeft hij de meest wonderlijke oefeningen. Als hij klaar is en tevreden zijn sigaretje rookt zijn de studenten compleet uitgeput en pikken ze in de lessen die volgen niets meer op. Wat deze oh zo lollige Canadees negeert is dat er door zijn lessen een maand lang geen wiskunde, scheikunde en economie gegeven wordt.

Over zes weken hebben de studenten een belangrijk examen dat ze moeten halen om aangenomen te worden op een speciale school die ze klaarstoomt voor het toelatingsexamen voor de universiteit van Chang Mai (grote studentenstad in Noord Thailand). Afgelopen jaar heeft 2% van alle studenten van BHSOH dat examen gehaald... hoe hoog zou dit percentage zijn als het onderwijs beter gestructureerd zou zijn en amateursleraren niet meer worden toegelaten? Het is zo jammer dat mensen zo makkelijk denken over lesgeven, het is een vak apart!


Persoonlijk berichtje van Blond aan Peter: stop thinking yourself, go back Center Parcs!



26-10-2008

So Blond: op slippers in de jungle



Na een inburgering van vier weken dacht ik klaar te zijn voor het echte junglewerk. Dit bleek tegen te vallen. Op zondag ging ik de jungle in met een echte Tarzan. Ja, een Birmees -oh mag dit niet zeggen, maar zo was het wel, ik fluister het in je oor, een soort Tarzan! Een kenner dus die, echt waar, twee jaar in de jungle heeft gewoond (cool he?!!) namelijk toen hij zijn homeland ontvluchtte en op illegale wijze in Thailand woondde (dat is dan weer iets minder cool...). We gingen op de brommer (die heuvelop meer op een tuktuk leek) naar een nationaal park waar verschillende watervallen zijn.

De watervallen waren heel bijzonder.







Voor deze life experience had Blond haar slippers aangedaan, ze wilde er namelijk bij lopen als een echte local. Helaas, ze liep behoorlijk voor aap (dat paste dan wel weer in de jungle), vooral toen Tarzan voorstelde over een modderig paadje langs de waterval naar boven te klauteren. Blond wilde een echt Jane zijn, keek met een pijnlijke blik naar haar voetjes (twee dagen geleden was ze bij de pedicure geweest) en volgde Tarzan. Maar Tarzan liep wel heel snel: hij had namelijk jungleschoenen aan (= schoenen met een goed profiel). Haar voetjes werden steeds bruiner (van de modder!!) en het paadje ging steeds stijler omhoog. Toen haar slipper zich in de drek vastzogen kon ze zich nog net aan een liaan vastgrijpen en viel ze niet met haar snoet (en nieuwe jungletas die uiteindelijk niet bepaald junglebestendig bleek te zijn) in de drek.



Tarzan liep meters voor haar, ze moest een gilletje laten om hem een paar stappen terug te laten doen zodat hij haar op hoffelijke wijze een handje kon helpen (Blond bedoelt: een handje kon geven). Alsof het niet genoeg was stelde Tarzan voor van het pad te gaan en door het water op de rechter oever verder te lopen. Blond keek nog een keer naar voeten ze waren echt heel erg vies, een beetje water zou geen kwaad doen, en dus stroopte ze haar broekspijpen op en volgde Tarzan. De koele stroming van het bruine water deed de modder verdwijnen, maar ook de slippers die gezellig met de stroming mee naar beneden donderden. Tarzan begon te lachen en zei "wie draagt er dan ook van die slippers ? Ik heb die dingen alleen maar thuis aan". Ik viel bijna voorover, ik dacht juist heel junglefashion te zijn, maar nee, jammer dat ze hier geen Elle-Jungle hebben, dan had ik me beter kunnen voorbereiden. Ik zei dus maar niets meer en liep zo snel mogelijk en zonder mijn evenwicht te verliezen achter het junglemannetje aan, en als hij omkeek gaf ik een grote glimlach en deed ik alsof ik alles onder controle had. De volgende keer doe ik mijn oerhollandse Teva's aan!

20-10-2008

Boeddhisme at home...

Birmese tempels zijn super kitch: gekleurde knipperlichtjes, muziek à la Bollywood, bewegende figuren... ik kon het dan ook niet laten een filmpje te maken van deze beleving!


19-10-2008

Spiritual Wellness


Soms heb je zoveel indrukken te verwerken dat je even je hoofd moet luchten. Een frisse wind door je (blonde) haren en de warboel in je hoofd blijkt in ene niet meer te zijn dan een warboel op je hoofd. Na het heftige weekend van vorige week in het kamp Nupo en nadat ik allerlei extra informatie over Birmese vluchtelingen op internet had gevonden, leek het alsof mijn hoofd op hol was geslagen. In Parijs zou ik mijn skeelers hebben gepakt en mijn zorgen op de Franse boulevards en de kades van de Seine hebben achtergelaten, in Mae Sot is dat helaas geen optie. De enige manier om hier op sportieve wijze wat stoom af te blazen is op de fiets.



Ik vond een route van zo’n 40 km, hetgeen een hele afstand is als je dit op een cityfiets en niet op een junglefiets (= mountainbike) moet doen en de gehele tocht over slecht geasfalteerde heuvels gaat. Tel hierbij de jungletemperatuur (= zeer warm en vochtig) op en het resultaat is een zwetende Blond met een zeer warrig blonde haardos die op haar gutsende voorhoofd en in haar nekt plakt. Een vertoning die in de lichtstad als dramatisch zou kunnen worden beschouwd (in Parijs weet je maar nooit wie je tegen het lijf loopt!), in de jungle horen zweetplekken en andere uitingen van transpiratie tot de dagelijkse gang van zaken.



De fietstocht was dus geslaagd en heeft niet alleen geholpen om de ellende van me af te fietsen, tijdens de stops in de verschillende tempels (zoals je in Parijs op iedere hoek van de straat een pharmacie vindt, vind je hier op iedere heuvel en iedere bocht een tempelcomplex,“Wat”) ontmoette ik twee Thaise dames die me uitnodigden voor een boeddhistische ceremonie die de volgende ochtend zou plaatsvinden.



Om 7:00 fietste ik vanochtend weer heuvel op en af om een half uur later bij de “feestwat” aan te komen. Gelukkig is het ’s ochtends vroeg nog niet zo warm, zat mijn haar nog aardig in model en vielen de zweetplekken onder mijn oksels behoorlijk mee. Je moet weten dat het in Thailand not done is om in een topje naar boeddhistische plechtigheden te gaan. Waarschijnlijk worden monniken opgewonden van blote schouders. Blote benen is verder geen probleem (dat vind Blond dan wel weer een beetje raar). Ook het feit dat er op mijn t-shirt “kiss me before my boyfriend comes back” stond was geen enkel probleem, zelf loopt een kwart van de bevolking hier met shirts waar “Playboy” op staat (echt, dit is de grootste modetrend op dit moment, ik zie het in Parijs nog niet gebeuren , heb dan ook nog niet een soortgelijk t-shirt aangeschaft!)!





Toen ik aankwam kreeg ik meteen een stoel op de voorste rang aangeboden en werd er een heerlijk kokosijsje in mijn handen geduwd. Ik dacht toen nog: “wat een zaligmakend ontbijtje… beter dan de stukjes brood en de lauwe wijn die je in de protestantse kerk aangeboden krijgt!”. Het ijsje was nog niet op of er werden pannen met rijst, curry’s, soep en noedels op een lange tafel achter mij neergezet. Ik keek op mijn horloge, het was 8:30. Enkele tellen later had ik de eer als eerste een bord noedels naar binnen te werken. Toen dacht ik “hoe in boeddhistische hemelsnaam doe ik dit op een dergelijk tijdstip van de dag (Blond had per slot van rekening nog geen koffie op)? Na een eerste hap werd deze oneerzame gedachte weggeveegd, dit waren de heerlijkste noedels die ik ooit had gegeten.





Na het ochtendmaal kreeg ik een persoonlijke rondleiding langs de verschillende Boeddha’s en toen begon de ceremonie. Alle 14 monniken van de Wat zaten in kleermakerszit op een rij, voor hen zat een dertigtal mensen waaronder één blonde. In het tempels is het “verboden” om met je voeten naar voren te zitten en dus moet je op je knieën zitten. Na een kwartiertje kreeg ik weeën in m’n knietjes en probeerde ik te verzitten, dit is een heel gedoe als je op je knieën zit, veel mogelijkheden om te verzitten heb je namelijk niet! Gelukkig moesten we af en toe naar voren buigen, dat verzachtte op één of andere manier de kramp.



Na een uurtje mochten de beentjes eindelijk weer gestrekt worden. Iedereen rende naar buiten. Met verbazing keek ik de menigte toe, was de toespraak zo verschrikkelijk (Blond had een uur lang geluisterd zonder enig woord te begrijpen)? Nee, de mensen waren door het dollen heen want de hoofdmonnik gooide met geld… Dat deden ze bij mij in de kerk nou nooit… misschien moet ik me toch iets meer gaan verdiepen in het Boeddhisme! Iedereen was blij met de paar Bahts die ze “gevangen” hadden (48 Baht is ongeveer 1 Euro).


Daarna werd er weer gegeten en kregen de kinderen hun tweede ijsje. Het blonde kind sloeg dit keer haar beurt over: zweetplekken kunnen hier door de beugel, maar vetrolletjes zijn uit den boze!