Global Voices: De wereld spreekt. Luister je?

24-12-2008

Kerstwens: "begrijpen"

Zondagavond hadden mijn collega en ik een kerstfeestje georganiseerd voor onze boardigstudents. Aan twee leerlingen hadden we gevraagd of ze ons wilden helpen. Het feest zou in hun boardinghouse plaatsvinden.

BHSOH bestaat uit een school waar sommige boardingstudents slapen en een paar hutjes rond de school waar de rest van de boardingstudents,voor wie geen plek is in de school wonen. De school is veels te klein voor alle leerlingen en boardingstudents... verschillende organisaties hebben de schooldirecteur een nieuw stuk grond en een nieuwe school + boardinghouse aangeboden, maar de directeur wil blijkbaar niet verhuizen...

Zondagochtend gingen we allereerst naar de markt om inkopen te doen. Ik had de twee jongens gevraagd een lijstje te maken.

Meat, Fish, Lobster, Prawns, Porc, Chicken...

Ik lag in een deuk, lobster... Ja natuurlijk, het is een kerstdiner, why not. Maar een lobster op de jungle-BBQ.... ach, waarom ook niet, het is kerst!







We hadden 1,5 uur om alle inkopen te doen, hetgeen me meer dan genoeg leek omdat de markt niet al te groot is. Nadat we twee keer heen en weer waren gelopen hadden we alleen nog maar een grote fles olie, zout en wat kruiden. Iedere keer als we bij een kraampje stopten en de vis of het vlees bekeken zeiden de twee jongens dat het niet goed was... Ik begreep het niet, de dorades zagen er prachtig uit. Na een uur werd mijn geduld kleiner en zei ik dat we geen keuze hadden en de vis en het vlees maar gewoon moesten kopen. We stonden toen voor een kraam met heerlijke garnalen... Ik vroeg hoeveel een kilo kostte. "Nee, nee professeur, veels te duur". Ah, alles was dus een kwestie van geld... Wat wil je ook als je gewend bent altijd het meest goedkope voedsel te eten. Voor de garnalen moest ik 75 Baht (nog geen 2€) neerleggen. Ik besloot nog een kilo te nemen. Beide jongens voelden zich zeer ongemakkelijk en ik ook... Voor mij was het allemaal niets, maar voor hun gaf ik fortuinen uit op de markt. Volgende keer kan ik dat soort aankopen dus beter maar alleen doen.

Na 2,5 uur, waren de inkopen gedaan
Vis
Rundvlees
Groenten
Fruit
Olie
Kruiden
Kool voor de BBQ
Prikkers om spiesjes te maken
Rijsttoetjes
Drinken
Eén fles alcohol

De jongens wilden bier (Blond eigenlijk ook wel), maar als een verantwoordelijke leraar zei ik dat cola net zo goed was. Wel moesten we een fles alcohol voor de leraar kopen die in het boardinghuis van de jongens woonde. Ik zei dat het niet zo'n goed idee was, dat die leraar alcoholist was en dat we beter iets anders konden kopen. "Nee nee, die leraar is aardig, die leraar is niet zoals andere leraren, die leraar heeft zijn hart op de goede plek, die leraar deelt alles wat hij bezit met de leerlingen die in zijn huis wonen. Professeur, je begrijpt er helemaal niets van". Beteuterd keek ik naar mijn leerlingen... Begreep ik dan echt zo weinig. Ach, waarom ook niet, het is kerst. Eén fles dan maar voor die lieve leraar.








Rond een uur of drie kwamen we bij het huis aan en begonnen de jongens de vissen en garnalen schoon te maken, het vlees te snijden en de groenten te wassen. In de middaghitte en zonder enige koelkast om de producten te bewaren dacht Blond dat het wel een goed idee zou zijn om wat ijs te halen. Toen ik weer terug kwam leek alles min of meer in kannen en kruiken en besloot ik mijn collega Annette op te halen. Om een uur of zes kwamen we bij het feesthuis aan. Tot mijn grote verbazing waren er maar een paar leerlingen. Ik vroeg waar de meisjes waren. "De meisjes, de meisjes? Nou, die komen niet, die zijn bang!". Blond fronste haar wenkbrauwen... Die zijn bang? Waarvoor dan? Toen ik ze na de les had gevraagd of ze wilden komen waren ze laaiend enthousiast. Mijn nek spandde zich aan mijn maag maakte een rare draai. Waarom? Waarom?





Ik besloot naar de school te gaan waar de meisjes waren. De schooldirecteur was er ook. Ik vroeg of ik hem kon spreken. Hij gaf aan dat ik hem ontzettend stoorde omdat hij juist zat te eten. Het kleine beetje geduld dat ik nog over had verloor ik toen hij een lepel tom yam in zijn mond propte en gulzig met zijn hand een balletje kleefrijst uit het schaaltje voor hem draaide. Met boze stem vroeg ik waar de meisjes waren. De directeur begreep dat het niet het moment was om me te laten wachten terwijl hij zich volstopte met heerlijk eten (waar alleen hij recht op heeft). Hij stond op en vertelde dat hij eerst met zijn vrouw moest praten.

Oh nee, zijn vrouw, zijn vrouw, een ex-scherpschutter die in de tijd dat de school echt nog in de jungle stond de hele dag met een geweer op het dak stond om de school te beschermen tegen indringers en gevaarlijke militairen. Een dikke trol die de directeur compleet in haar macht heeft. Een vreselijke bitch die al het geld dat de school ontvangt in haar eigen zak steekt en uitdeelt aan haar familieleden die ook in de school werken of op de school zitten.

Er werd in het Birmees geroezemoesd, af en toe ging de toon omhoog, ik begreep er niets van. De jongen, Cocco genaamd, die met me mee was vertelde dat ze niet wilden dat de meisjes kwamen omdat het huis vlakbij een begraafplaats is en er geesten rondzweven. Gevaar, gevaar... Wat moest ik hier op antwoorden? Als zij dit geloven, wat kon ik daar dan over zeggen? Maar waarom hadden de jongens me dit niet eerder verteld, dan hadden we het feest ergens anders georganiseerd...

Ik zei dat het niet uitmaakte, dat ik zeer teleurgesteld was, maar dat ik het begreep. "Ok, ok, het is goed, ze mogen komen." Ik wilde niet meer dat ze kwamen, de sfeer was verpest, ik wilde niemand dwingen. Was ik maar niet naar de school gegaan om de meisjes te halen.

Met z'n vijftienen liepen we naar het feesthuis. De meisjes volgden alsof het een corvee was. Toen kwam er een jongen aangerend, het was de zoon van de directeur die ook op de school zit. Hij vloog Cocco in de haren en schold hem uit . Blond ging stoer, maar met knikkende knieen, tussen de jongens in staan en stuurde de onrustzaaier naar huis. De jongen zei toen nog één ding (ik vertaal: "Je bent te ver gegaan, je hebt de naam van mijn vader besmeurd, we zullen je van school sturen".

Met lood in m'n schoenen (of eigenlijk slippers) slofte ik achter de leerlingen aan. Eenmaal in het feesthuis aangekomen namen de meisjes een glaasje cola en aten ze wat fruit, ze konden gelukkig weer glimlachen. Met mijn fles cola maakte ik nog een rondje om de leerlingen bij te schenken. Toen kwam de lieve leraar naar me toe en vroeg op niet al te lieve wijze om zijn fles alcohol. Ik zei dat hij die al had gehad, hij zei van niet, ik zei van wel, hij zei van niet... toen keerde hij me boos de rug toe... Oh, waarom waarom? Een minuut later dacht ik het te begrijpen: ik trof een leerling aan die geheel gek was geworden. Hij zat op de grond en bonkte met zijn hoofd tegen de houten vlonders waar hij op zat. Had hij misschien de hele fles alcohol in één keer leeggedronken? Ik vroeg het aan de leerlingen die om hem heen stonden. Moesten we hem misschien naar een dokter brengen? De aanwezige leerlingen zeiden dat het niets was, dat hij gewoon door een geest was bezeten en dat het na een paar uur weer over zou zijn. Zijn lichaam vechtte nu tegen de geest. Hij was sterk genoeg om de geest de baas te worden. Ah natuurlijk, de geesten weer.... Ik begon er zelf bijna in te geloven.






Rustig ging ik weer naar buiten waar ik een garnalenspiesjes in mijn handen kreeg gedrukt. Merci, merci professeur, je suis très content! Nou, dan ben ik ook gelukkig.





Als je niets van dit verhaal begrijpt, maak je je dan geen zorgen, ik begrijp er zelf ook bar weinig van, maar dit is een voorbeeld van hoe dingen hier kunnen lopen en van hoe moeilijk het is de mensen hier te begrijpen. Als westerling kun je, hoe hard je ook probeert niet alles begrijpen. Je kunt zelfs bijna niets begrijpen. Je moet je erbij neerleggen. Wil je niet helemaal gefrustreerd raken, dan moet je je openstellen, je geduld in één hand nemen en je glimlach in de andere. Op die manier kun je het vertrouwen winnen van al die mensen die je zo graag echt zou willen begrijpen zodat je echt iets voor ze zou kunnen betekenen. (Een probleem blijft dan nog altijd de taal, niets is hier gewonnen...)

Na afloop van het feest kwam Cocco naar me toe. Hij vertelde me nogmaals dat ik er niets van begreep, dat ik de realiteit niet kende. Ik werd verdrietig en boos, want ik deed toch zo goed mijn best. Hij vertelde me over de terreur die in het schooltje heerst. De familieclan maakt het sommige leerlingen heel moeilijk, vooral diegenen die "intelligent" zijn en grote kans maken op een scholarship. Hij vertelde me ook dat de leerlingen hier niet over praten omdat ze bang zijn van school gestuurd te worden. Ze zijn Birma ontvlucht om hier onderwezen te worden, maar in plaats van een veilig nest te vinden krijgen ze te maken met een "schooldictatuur".

Verdrietig ging ik die avond naar huis.

De volgende dag had ik mijn Farewell Ceremony. Iedereen was het voorval van de avond daarvoor vergeten. De schooldirecteur schudde me vriendelijk de hand. De leerlingen gaven me cadeautjes. Cocco had gelijk, ik begrijp er inderdaad helemaal niets van, alles is hier zo anders. Ik hield een speech over gelijkheid. Iedereen applaudiseerde. Ik weet niet of ze iets van mij hebben begrepen. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan.



20-12-2008

Joyeux Noel!

Maandag is de laatste schooldag voor de "kerstvakantie". De meeste leerlingen zijn Boeddhist, maar sommigen zijn Christen en een enkeling is Moslim, toch weet iedereen wat kerst is en waren de leerlingen gister druk bezig kerstcadeautjes in te pakken. Om samen met de leerlingen in een Franse kerststemming te kopen liet ik ze een ppt zien vol mooie, wit besneeuwde, Franse kerst taferelen. Daarna zongen we een liedje dat we de hele week al gerepeteerd hadden. Hieronder het resultaat - (ze vonden het echt leuk hoor)! Het refrein gaat ze goed af, maar daarna wordt het toch echt moeilijk voor sommigen, zelfs voor Blond ;-)







"Petit Papa Noël
Quand tu descendras du ciel
Avec tes jouets par milliers
N'oublie pas mon petit soulier...
"

Zondagavond organiseren mijn collega en ik een kerstBBQ en zullen alle boardingleerlingen een sweatshirt krijgen! Maandag is Blonds FarewellCeremony... en dan... dan is het avontuur op de BHSOH-school afgelopen... :-(.

13-12-2008

So Blond... even een weekendje weg...

Na alle serieuze posts is het wel weer even tijd om iets lekker blonds te plaatsen... Want ondanks alles ben ik mijn blonde haren nog niet verloren (heb zelfs nog geen grijze ontdekt, dus alles gaat goed!)en geniet ik van de mooie landschappen rond Mae Sot.


Kopje koffie in het ochtendgloren



Een heerlijk plekje aan het water...



Even poseren op het bruggetje


Nog een foto want m'n blonde haar zat niet goed ;-)



Blond kan er geen genoeg meer van krijgen!



's avonds heerlijk eten... de vis gaat helemaal op...






Ik kan er weer tegenaan!

11-12-2008

Mensenrechten in Birma



Gister organiseerde de Burmese Political Prisoners’ Union (BPPU) een speciale bijeenkomst om te praten over mensenrechten. De datum was niet uit de lucht gevallen, op 10 december 1948 ondertekenden 58 landen in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Helaas, deze zestigste verjaardag was voor de BPPU geen reden om kaarsjes uit te blazen.

Wat valt er te zeggen over mensenrechten in een land dat geregeerd wordt door één van de meeste strengste bewinden ter wereld? Wat valt er te zeggen over een staat waar het aantal politieke gevangenen sinds de Safraan Revolutie van september 2007 is verdubbeld? Wat valt er te zeggen over de junta die vonnissen uitspreekt zonder dat de aangeklaagde recht heeft op een eerlijk proces? Vorige maand zijn tientallen activisten veroordeeld tot straffen die oplopen tot 65 jaar gevangenis. Straffen die moeten worden uitgezet in gevangenissen die zich bevinden in de meest afgelegen gebieden van het land. Daar waar niemand wordt toegelaten, daar waar de militairen vrijspel hebben, daar waar de term mensenrechten een onbekend woord is.

Het was mijn vriend Aung Kai die me had uitgenodigd de bijeenkomst bij te wonen. Hij wees me een rode plastic tuinstoel aan op de voorste rang, pal tegenover het bestuur dat bestond uit drie mannen en een vrouw. Vier mensen die, net als mijn vriend Aung Kai, jarenlang opgesloten hebben gezeten in de gevangenis en nu hun activiteiten voortzetten in Mae Sot, een Thaise stad op een steenworp afstand van het verboden land.

Ongemakkelijk neem ik plaats in de betonnen zaal die voor deze speciale gelegenheid is versierd met een grote blauw vlag waarop stond geschreven:

« 60th Anniversary
International Human Rights Day
10th December 2008
Thai-Burma Border”



Op de muren tronen grote witte kartonnen vellen waarop met stift teksten in het Engels en Birmees stonden geschreven:

« We would let the world know that we all are prisoners in our own country » Aung San Suu Kyi

« Please use your liberty to promote ours » Aung San Suu Kyi

Vanuit de zaal word ik nieuwsgierig bekeken. Ik glimlach onhandig naar de mensen, maar durf ze niet recht in hun ogen te kijken omdat ik me geen raad weet met de blikken die sympathie verwoorden maar waarin zoveel terreur en angst valt te lezen. Op drie andere buitenlanders na zijn alle uitgenodigden Birmezen. Jong en oud, dik en dun, klein en groot, maar allemaal gemarkeerd door de jaren die ze in de gevangenis hebben doorgebracht, door de mishandelingen die ze hebben ondergaan. Ondanks alles wat ze hebben doorgemaakt, ondanks alles wat ze hebben verloren, ondanks alle pijn waaronder ze gebogen zijn gegaan is het de martelaars niet gelukt ze te breken en staan ze allemaal in de zaal, zo recht als hun ruggen het toelaten.

Het bestuur stelt zich voor. De voorzitter vertaalt zijn toespraak in het Engels. Volgens hem is Birma niet het enige land waar mensenrechten worden geschonden, hij vindt daarom dat « we must fight against military regime all over the world » en eindigt zijn toespraak met « we are all equally born, we have born rights, natural rights »

Dan komen de uitgenodigden aan het woord. Ze spreken allemaal in het Birmees, af en toe vertaalt mijn vriend me een belangrijke passage. Hoewel ik niet alles versta verraden de gebaren en de uitdrukkingen op de gezichten waar de politieke vluchtelingen het over hebben.

Een gebaar van twee armen die de vorm van een doos nabootsen: mijn vriend bevestigd me waar ik bang voor was: deze man heeft meer dan twee jaar in een cel gezeten die zo klein was dat hij niet kon staan.
Een gebaar van twee armen samengebonden in de nek en twee voeten tegen elkaar op de grond: de spreker heeft dagenlang vastgebonden gezeten.
Twee handen die de vorm van een revolver nabootsen: de spreker vertelt over militairen die zonder duidelijke reden het vuur openden op een groep mensen in een dorpje.

Hoewel de toespraken gaan over de vreselijke ervaringen van de ex-gevangenen barst het publiek af en toe in lachen uit. Blond die met tranen in de ogen voor zich uitstaart vraagt verbaasd aan haar vriend waarom er zo gelachen wordt. Aung Kai vertelt me: “Hij vertelt hoe een verdachte wordt veroordeeld: nadat hij lange tijd in hechtenis heeft gezeten. De verdachte wordt meegenomen naar een zaaltje waar een tafel en twee stoelen staan. De verdachte moet gaan zitten, dan gaat er een onbekende tegenover hem zitten en deelt hem mede dat hij zijn rechter is en dat hij heeft besloten hem tot vijf jaar cel te straffen. Dan moet de gevangene opstaan en wordt hij weer in zijn cel gegooid.”

Geschrokken kijk ik om me heen, blijkbaar ben ik de enige die onder de indruk is van het verhaal. Later die avond lees ik op bladzijde 124 in de roman De onzichtbaren het volgende: “Het is een Birmese gewoonte die, zo zal ik later in mijn leven ontdekken, buitenlanders flink kan verwarren: hoe gruwelijker de verhalen, hoe harder we erom moeten lachen” (Loon, 2004).

Na enkele minuten, als er iemand anders aan het woord is barst de zaal weer in lachen uit. “Als een gevangene overlijdt, stuurt het leger een brief naar de nabestaanden. In deze summiere brief staat altijd het zelfde verhaal: de gevangene is overleden aan een hartaanval. Als de nabestaande geluk hebben zullen ze achter de waarheid van de dood van hun dierbaren komen. Medegevangenen documenteren wat er allemaal gebeurt in de gevangenissen en rapporteren dit aan organisaties zoals Human Rights Documentation Unit (HRDU). In hun jaarlijkse verslag kun je “alles” lezen. Je wordt er niet vrolijk van, maar je leest er wel wat er echt gebeurd in het afgesloten Birma (lees het verslag hier).

Sommige toespraken zijn kort, andere duren tientallen minuten. Bitter lachen, ernstige gezichten, blikken van begrip, woede en haat, maar ook van hoop. De mannen roken Birmese sigaretten die lijken op gigantische joints, maar die ruiken naar eucalyptus en goedkope tabak. De voorzitter kauwt op betelbladeren terwijl hij oploskoffie drinkt. Mensen in de zaal schuiven op hun stoelen en fluisteren af en toe wat in het oor van hun buurman.

Dan neemt een jonge, grote, stevige man het woord. In zijn legerbroek en zijn zwarte bomberjack komt hij bij mij als een echte strijder over waar ik een blokje voor om zou lopen. Zijn vuist onderbouwt zijn woorden en bewegen op het ritme van zijn zinnen. Vol bewondering kijk ik naar hem. Ik begrijp niet wat hij zegt, maar de hele zaal is muisstil, deze man moet wel iets heel heftigs aan het vertellen zijn. Plotseling verliest zijn vuist alle kracht, zijn mondhoeken zakken naar beneden en hij barst in snikken uit. Mijn maag draait zich om, ik durf hem niet meer aan te kijken. Zo’n grote sterke man die voor een zaal van een man of veertig staat te grienen. Later vertelt mijn vriend me dat deze man vertelde over zijn ervaring in het leger. Toen hij veertien was begon hij als kindsoldaat (1) bij het Karen Bevrijdingsleger (KNU) en kwam hij in de meest gruwelijke situaties terecht. Ondanks alles wat hij heeft meegemaakt roept hij nu de Birmanen op een eenheid te vormen en gezamenlijk tegen de junta te strijden (2), dit is de enige mogelijk manier om de militairen te doen vallen.

Na ruim twee uur heeft iedereen zijn woord gedaan en wordt er geapplaudisseerd. In mijn hoofd weerkaatsen namen die ik tijdens de toespraken heb opgevangen: Martin Luther King. Freedom, Equality, Justice, Aung San Suu Kyi, Ban Ki-Moon. Het bestuur lijkt te tevreden. Ik ben onthutst. Wat betkent zestig jaar mensenrechten als er in Birma nog steeds zoveel rechten worden geschonden zonder dat de internationale gemeenschap tot concrete actie komt?



(1) Birma kent het grootste aantal kindsoldaten ter wereld.
(2) Birma wordt beheerst door een militair regime dat zo veel succes heeft doordat het de verschillende etnische minderheden tegen elkaar uitspeelt. Naast het militaire terreur kan gesteld wordt dat er mini onafhankelijkheidsoorlogen gaande zijn. Dit geeft de junta veel macht.

08-12-2008

Een Deken voor een Wees

Nadat ik een paar weken geleden het vluchtelingenkamp NuPo heb bezocht knaagt er iets van binnen... Ik kan de mensen niet vergeten.

Kinderen die spelen in de modder voor hun huizen of zwemmen in een vies poeltje. Veel speelgoed hebben ze niet, ze spelen met elkaar, tikkertje en verstoppertje, ze zingen en dansen op de klanken van een valse gitaar. Sommigen hebben een paar oude knikkers, een hoepel of een springtouw. De kinderen vermaken zich met de dingen die ze hebben of die ze kunnen maken van bamboestokken, lege flessen, plastictassen.



Volwassen mannen die niets te doen hebben en in stilte voor hun huizen zitten. Peinzend wachten ze op vrede of op een visa. Sommigen riskeren hun veiligheid door buiten het kamp te werken in de rijstvelden of door de jungle in te gaan om eten te zoeken. Sommigen houden het niet meer uit en denken hun zorgen te kunnen vergeten met alcohol. Ze worden agressief, slaan hun kinderen en vrouw.

Kraaiende hanen, knetterende haardvuren, gerinkel van potten en pannen, de vrouwen zijn vanaf het ochtendgloren in touw om kinderen en man te verzorgen. De mensen hebben te eten, maar alles is gerantsoeneerd en van slechte kwaliteit. Rammelende magen voordat de dag begonnen is.

Net als in de andere kampen in Thailand bestaat er in NuPo een kampraad die de gemeenschap helpt en die problemen probeert op te lossen. De kampraad heeft het druk, er moet een hoop geregeld worden om ervoor te zorgen dat de gemeenschap niet uit elkaar valt, dat iedereen aan zijn trekken komt. Zij staat in contact met de ONG's en geeft aan waar de mensen behoefte aan hebben.



Tijdens mijn bezoek ontmoette ik Eh Paung, de assistent van de kampleider. Een jonge jongen van mijn leeftijd die graag de kampleider wilt opvolgen als hij over een paar jaar "met pensioen" gaat. Een jonge jongen die zich naast zijn drukke "baan" bekommert over de 80 weeskinderen die het kamp telt. Hij vertelde mij over de moeilijkheden, het gebrek aan geld om de jongeren te onderhouden, over de kou, over de slechte hygiene... Hij vertelde me ook dat per jaar ongeveer 155 euro nodig is om een weeskind te onderhouden in het kamp. Wat is dat voor een bedrag in Nederland? Met dat geld koopt Blond een paar laarzen, een retourtje Parijs-Amsterdam. Maar hoe kun je weten dat het geld goed besteed wordt? Wie kun je vertrouwen in een kamp waar zoveel armoede is? Toen vroeg hij mij of ik dekens voor de wezen kon kopen. Een lampje in mijn blonde kopje lichtte op, een glimlach ontstond. Natuurlijk kan ik dat doen... Ik doopte de actie "Een Deken voor een Wees" en kreeg zoveel positieve reacties dat we de kinderen (80 wezen tussen de 7 en 17 jaar)veel meer kunnen geven dan alleen maar een warme deken.

Met kerst ga ik naar het kamp en blijf daar een paar dagen zodat ik ze ook een warme arm kan geven en ze persoonlijk kan vertellen dat in Nederland en Frankrijk meer dan veertig families aan hun denken!

Ik kan de mensen die meedoen aan het project niet genoeg bedanken...

Wil je meer lezen over NuPo, dan kan dat hier en hier (in het Frans)

Wil je ook meedoen, mail me dan: fleur.bogerd@gmail.com.





02-12-2008

Smiley from heaven

Blonds lippen krulden op toen ze gister in de lucht keek en werd toegestraald door een lachende maan.