Global Voices: De wereld spreekt. Luister je?

11-12-2008

Mensenrechten in Birma



Gister organiseerde de Burmese Political Prisoners’ Union (BPPU) een speciale bijeenkomst om te praten over mensenrechten. De datum was niet uit de lucht gevallen, op 10 december 1948 ondertekenden 58 landen in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Helaas, deze zestigste verjaardag was voor de BPPU geen reden om kaarsjes uit te blazen.

Wat valt er te zeggen over mensenrechten in een land dat geregeerd wordt door één van de meeste strengste bewinden ter wereld? Wat valt er te zeggen over een staat waar het aantal politieke gevangenen sinds de Safraan Revolutie van september 2007 is verdubbeld? Wat valt er te zeggen over de junta die vonnissen uitspreekt zonder dat de aangeklaagde recht heeft op een eerlijk proces? Vorige maand zijn tientallen activisten veroordeeld tot straffen die oplopen tot 65 jaar gevangenis. Straffen die moeten worden uitgezet in gevangenissen die zich bevinden in de meest afgelegen gebieden van het land. Daar waar niemand wordt toegelaten, daar waar de militairen vrijspel hebben, daar waar de term mensenrechten een onbekend woord is.

Het was mijn vriend Aung Kai die me had uitgenodigd de bijeenkomst bij te wonen. Hij wees me een rode plastic tuinstoel aan op de voorste rang, pal tegenover het bestuur dat bestond uit drie mannen en een vrouw. Vier mensen die, net als mijn vriend Aung Kai, jarenlang opgesloten hebben gezeten in de gevangenis en nu hun activiteiten voortzetten in Mae Sot, een Thaise stad op een steenworp afstand van het verboden land.

Ongemakkelijk neem ik plaats in de betonnen zaal die voor deze speciale gelegenheid is versierd met een grote blauw vlag waarop stond geschreven:

« 60th Anniversary
International Human Rights Day
10th December 2008
Thai-Burma Border”



Op de muren tronen grote witte kartonnen vellen waarop met stift teksten in het Engels en Birmees stonden geschreven:

« We would let the world know that we all are prisoners in our own country » Aung San Suu Kyi

« Please use your liberty to promote ours » Aung San Suu Kyi

Vanuit de zaal word ik nieuwsgierig bekeken. Ik glimlach onhandig naar de mensen, maar durf ze niet recht in hun ogen te kijken omdat ik me geen raad weet met de blikken die sympathie verwoorden maar waarin zoveel terreur en angst valt te lezen. Op drie andere buitenlanders na zijn alle uitgenodigden Birmezen. Jong en oud, dik en dun, klein en groot, maar allemaal gemarkeerd door de jaren die ze in de gevangenis hebben doorgebracht, door de mishandelingen die ze hebben ondergaan. Ondanks alles wat ze hebben doorgemaakt, ondanks alles wat ze hebben verloren, ondanks alle pijn waaronder ze gebogen zijn gegaan is het de martelaars niet gelukt ze te breken en staan ze allemaal in de zaal, zo recht als hun ruggen het toelaten.

Het bestuur stelt zich voor. De voorzitter vertaalt zijn toespraak in het Engels. Volgens hem is Birma niet het enige land waar mensenrechten worden geschonden, hij vindt daarom dat « we must fight against military regime all over the world » en eindigt zijn toespraak met « we are all equally born, we have born rights, natural rights »

Dan komen de uitgenodigden aan het woord. Ze spreken allemaal in het Birmees, af en toe vertaalt mijn vriend me een belangrijke passage. Hoewel ik niet alles versta verraden de gebaren en de uitdrukkingen op de gezichten waar de politieke vluchtelingen het over hebben.

Een gebaar van twee armen die de vorm van een doos nabootsen: mijn vriend bevestigd me waar ik bang voor was: deze man heeft meer dan twee jaar in een cel gezeten die zo klein was dat hij niet kon staan.
Een gebaar van twee armen samengebonden in de nek en twee voeten tegen elkaar op de grond: de spreker heeft dagenlang vastgebonden gezeten.
Twee handen die de vorm van een revolver nabootsen: de spreker vertelt over militairen die zonder duidelijke reden het vuur openden op een groep mensen in een dorpje.

Hoewel de toespraken gaan over de vreselijke ervaringen van de ex-gevangenen barst het publiek af en toe in lachen uit. Blond die met tranen in de ogen voor zich uitstaart vraagt verbaasd aan haar vriend waarom er zo gelachen wordt. Aung Kai vertelt me: “Hij vertelt hoe een verdachte wordt veroordeeld: nadat hij lange tijd in hechtenis heeft gezeten. De verdachte wordt meegenomen naar een zaaltje waar een tafel en twee stoelen staan. De verdachte moet gaan zitten, dan gaat er een onbekende tegenover hem zitten en deelt hem mede dat hij zijn rechter is en dat hij heeft besloten hem tot vijf jaar cel te straffen. Dan moet de gevangene opstaan en wordt hij weer in zijn cel gegooid.”

Geschrokken kijk ik om me heen, blijkbaar ben ik de enige die onder de indruk is van het verhaal. Later die avond lees ik op bladzijde 124 in de roman De onzichtbaren het volgende: “Het is een Birmese gewoonte die, zo zal ik later in mijn leven ontdekken, buitenlanders flink kan verwarren: hoe gruwelijker de verhalen, hoe harder we erom moeten lachen” (Loon, 2004).

Na enkele minuten, als er iemand anders aan het woord is barst de zaal weer in lachen uit. “Als een gevangene overlijdt, stuurt het leger een brief naar de nabestaanden. In deze summiere brief staat altijd het zelfde verhaal: de gevangene is overleden aan een hartaanval. Als de nabestaande geluk hebben zullen ze achter de waarheid van de dood van hun dierbaren komen. Medegevangenen documenteren wat er allemaal gebeurt in de gevangenissen en rapporteren dit aan organisaties zoals Human Rights Documentation Unit (HRDU). In hun jaarlijkse verslag kun je “alles” lezen. Je wordt er niet vrolijk van, maar je leest er wel wat er echt gebeurd in het afgesloten Birma (lees het verslag hier).

Sommige toespraken zijn kort, andere duren tientallen minuten. Bitter lachen, ernstige gezichten, blikken van begrip, woede en haat, maar ook van hoop. De mannen roken Birmese sigaretten die lijken op gigantische joints, maar die ruiken naar eucalyptus en goedkope tabak. De voorzitter kauwt op betelbladeren terwijl hij oploskoffie drinkt. Mensen in de zaal schuiven op hun stoelen en fluisteren af en toe wat in het oor van hun buurman.

Dan neemt een jonge, grote, stevige man het woord. In zijn legerbroek en zijn zwarte bomberjack komt hij bij mij als een echte strijder over waar ik een blokje voor om zou lopen. Zijn vuist onderbouwt zijn woorden en bewegen op het ritme van zijn zinnen. Vol bewondering kijk ik naar hem. Ik begrijp niet wat hij zegt, maar de hele zaal is muisstil, deze man moet wel iets heel heftigs aan het vertellen zijn. Plotseling verliest zijn vuist alle kracht, zijn mondhoeken zakken naar beneden en hij barst in snikken uit. Mijn maag draait zich om, ik durf hem niet meer aan te kijken. Zo’n grote sterke man die voor een zaal van een man of veertig staat te grienen. Later vertelt mijn vriend me dat deze man vertelde over zijn ervaring in het leger. Toen hij veertien was begon hij als kindsoldaat (1) bij het Karen Bevrijdingsleger (KNU) en kwam hij in de meest gruwelijke situaties terecht. Ondanks alles wat hij heeft meegemaakt roept hij nu de Birmanen op een eenheid te vormen en gezamenlijk tegen de junta te strijden (2), dit is de enige mogelijk manier om de militairen te doen vallen.

Na ruim twee uur heeft iedereen zijn woord gedaan en wordt er geapplaudisseerd. In mijn hoofd weerkaatsen namen die ik tijdens de toespraken heb opgevangen: Martin Luther King. Freedom, Equality, Justice, Aung San Suu Kyi, Ban Ki-Moon. Het bestuur lijkt te tevreden. Ik ben onthutst. Wat betkent zestig jaar mensenrechten als er in Birma nog steeds zoveel rechten worden geschonden zonder dat de internationale gemeenschap tot concrete actie komt?



(1) Birma kent het grootste aantal kindsoldaten ter wereld.
(2) Birma wordt beheerst door een militair regime dat zo veel succes heeft doordat het de verschillende etnische minderheden tegen elkaar uitspeelt. Naast het militaire terreur kan gesteld wordt dat er mini onafhankelijkheidsoorlogen gaande zijn. Dit geeft de junta veel macht.

1 opmerking:

Anoniem zei

Jemig wat een onwijs heftig verhaal. Ik ben vorig weekend naar de film Wit Licht geweest. Een film over kindsoldaten in Afrika. Wereldwijd zijn 250.000 kinderen. Niet te geloven om die beelden te zien. Ik heb er trouwens een recensie over geschreven die op www.cjp.nl staat (bij cultuur/film). De recensie is nog al aangepast door de redactie, maar goed.